Halverwege

De vakantie is halfweg en het ziet er niet naar uit dat ik vandaag iets van betekenis zal doen. De laatste etmalen van dit jaar gaan langzaam voor de bijl en ik ben traag als een slak. Ik zou eens moeten een bericht sturen naar de mensen die al zo lang verwaarloos, afspreken, buiten komen, lachen, bijpraten. Boodschappen op Facebook beantwoorden of openen. De dingen doen die ik al zo lang beloof, ook aan mezelf. Het koud zweet breekt me uit bij de gedachte er aan.

Ik heb te weinig tijd voor mezelf gehad, het afgelopen jaar. Te veel stress, chaos en tumult. Niet dat het dramatisch was, of is. Ik dacht gewoon dat ik dat kon, een hardwerkende Vlaming zijn. Niet op- of omkijken, gewoon doorbijten en doen wat je moet doen. Of denkt te moeten doen. Bijdragen, nuttig zijn, sparen voor je pensioen. Meedraaien en consumeren. Sterk zijn, een marathon lopen en 37 boeken lezen. Op straat komen, er is genoeg om tegen te protesteren. Lijstjes maken en goede voornemens waar maken.

Het is mij niet gegund, vrees ik. Als een Victoriaanse tere bloesem protesteert mijn lijf met migraine of neurasthenie. En dus spin ik mij in, weef een cocon van kattenharen en zachte dekentjes. Blijf thuis en leef uit de voorraadkast. Lees af en toe enkele pagina’s, droom van een reis die ik wel nooit zal maken. Proef de smaak van vreemde steden op mijn tong: Samarkand, Tasjkent, Ulan Baator.

Het teveel duurt nog even, tot de zomer. Ik hap mijn longen nu vol lucht zodat ik de volgende duik overleef. Nadien heb ik weer tijd voor alles: voor mij, voor ons en voor de wereld. Tot dan wordt het krabben, rekenen en tellen. Vloeken op mezelf en streepjes zetten. Tijd is geld, zo zegt het spreekwoord. Het kan ook omgekeerd zijn, dat geld tijd is, maar het is hoedanook verkeerd. Tijd is onnoemelijk meer waard dan geld, goud en diamanten. We krijgen nooit meer dan 24 uren in een dag, 7 dagen in een week en 52 weken in een jaar. En een jaar duurt uiteindelijk slechts een seconde of drie, eens je groot en volwassen bent.

Op de graven groeit mos, de doden zijn verteerd, opgeslokt door de eeuwige aarde. Niemand die nog weet wie ze waren, wat ze deden en van wie ze ooit hebben gehouden. Waar ze heengingen, van waar ze kwamen. Zij draaiden in hun leven een aantal keren rond de zon en verdwenen weer, de oneindigheid tegemoet.

schon-seit-1900-leiden-menschen-unter-einer-nervenschwaeche-aehnlich-dem-burnout-

 

Plaats een reactie