Zondag 22 maart

Ook op uitslaapdagen ben ik er meestal vroeg bij. Ik ben al blij als ik het tot na 8 uur uithou, en in het andere geval is het ook maar zo. In elk geval, ik hou wel van die stille uren op zondagmorgen. Vandaag zijn ze nog stiller dan anders, geen buren die zich opmaken om naar de wekelijkse markt te gaan. Ik scharrel wat rond, lees wat, scroll door Facebook en Twitter, luister naar de wind buiten. Zelfs de kat slaapt nog.

Er verschijnen blote benen bovenaan de trap, mijn lief is wakker en zet een kop koffie. Verdwijnt weer richting slaapkamer tot we rond de middag allebei honger hebben en ik spek met eieren maak. Hij gaat straks fietsen, ik heb mijn neus al eens buiten gestoken in de tuin en besluit dat het te fris is. Vandaag zet ik mezelf even helemaal in lockdown-modus en laat de wereld voor wat ze is. Ik hang wat rond, kampeer in de zetel. Het zou zomaar een zondag als alle andere kunnen zijn.

In een Nederlandse krant – niet toevallig wellicht – zegt een voormalig denker des vaderlands dat mensen nu eenmaal altijd doodgaan en dat Nederlanders gewoon gedisciplineerde mensen zijn. Dat mensen uiteindelijk sterven is een waarheid als koe natuurlijk, alleen is de realiteit nu dat er veel meer mensen sterven dan gewoonlijk en dat onze gezondheidsinfrastructuur onder druk staat. Dat we binnen moeten blijven, afstand houden en dat ons culturele, maatschappelijke en sociale leven tot een halt komt is ontwrichtend. Maar kijk naar Bergamo waar honderden mensen op een korte periode sterven en zo een gemeenschap nog veel meer ontreddert en verlamt. De gevolgen zullen daar nog veel langer merkbaar zijn dan tijdelijke maatregelen zoals een lockdown.

We waren er twee zomers geleden, mijn lief en ik. Bergamo was onze laatste stop tijdens onze terugreis. Het moest onze uitvalsbasis worden naar andere Noord-Italiaanse steden, maar die hebben we nooit bezocht. Ik werd instant verliefd op het mij onbekende stadje met zijn venijnige heuvels en kasseistraatjes en -steegjes. Ik herinner mij een botanische tuin die we bereikten na een klim die ons beloonde met een overweldigend uitzicht. Daarna beloonden we onszelf met een bezoekje aan de gelateria waar Italianen af en aan liepen. Er was een museum vol renaissancekunst waar ik madonna’s met een kind aan de borst fotografeerde. Het parket kraakte onder onze voeten en brak de heilige stilte die er heerste. Er is een kabelspoorweg waar we in zaten samen met andere toeristen en die je in geen tijd van het lage naar het hoger gelegen stadsgedeelte brengt. Er zijn statige villa’s in pastelgeel of zachtroze met hoge muren en hermetisch afgesloten poorten en palmen in hun tuinen. Je vermoedt er rijke families in, met gedistingeerde mannen als pater familias en slanke vrouwen met voluptueuze kapsels en een uitzonderlijk gevoel voor mode.

Dat Bergamo is niet meer. Weggevaagd. Voorgoed verloren gegaan in een onwaarschijnlijke oorlog die werd uitgevochten in de hospitalen, lazaretten en haastig opgetrokken ziekenhuistenten.

Bergamo

Plaats een reactie