De voormiddag verloopt rustig. Ik werk wat voor school en omdat ik geen online meetings ingepland heb staan doe ik dat de hele tijd gezellig in mijn kamerjas. Daarna maak ik soep en ga naar de winkel. Ik heb beleg nodig en PMD vuilniszakken, er moet wat leeggoed terug. Aan de ingang van de Delhaize staat een bewakingsagent, er is een rij met gebruikte en gedesinfecteerde winkelwagentjes. Dat zie ik te laat, zodat ik natuurlijk een kar neem uit de verkeerde rij. In de winkel valt het mee qua drukte, al zien mensen er blijkbaar geen hinder in om toch dichter te naderen dan ik comfortabel vind. Twee oudere dametjes met latex handschoentjes winkelen gezellig samen en bespreken uitgebreid het productaanbod. Alles is er, zelfs WC papier, al is het rek dan half leeg. Of half vol, afhankelijk van je perspectief natuurlijk.
Thuisgekomen merk ik dat de caissière mij de verkeerde soort blauwe zakken heeft meegegeven, dus ik sta op dat vlak nog altijd even ver. Ik blijf het een stresserende bezigheid vinden, dat winkelen in Coronatijden.
We kijken naar het middagjournaal, mijn lief en ik. Hij smikkelt ondertussen de soep op die ik heb gemaakt. Asperges, courget en een patatje of twee. Het voorzichtige optimisme van de afgelopen dagen maakt plaats voor de brute realiteit. 56 nieuwe overlijdens, we betalen een hoge prijs voor de lockdownparties en het pintelieren over de grens van een week of twee geleden.
In de namiddag trek ik de tuin in. Ik spit een deel van mijn moestuin om en vind een stuk of 10 achtergebleven aardappeltjes in de grond. Ze zijn allemaal al aan het schieten en pootklaar wat mij betreft. Er komt nog wel wat nachtvorst aan, maar ze zitten diep genoeg in de grond om daar geen last van te hebben, zo denkt de tuinder in mij. Ook de passieflora wordt flink gekortwiekt, morgen doe ik nog een stuk.
Omdat ik in de voormiddag vergeten ben om aardappelen te kopen spring ik nog even binnen in de Aldi. Er staat wel een bord met de belangrijkste maatregelen opgesomd, maar omdat niemand controleert of ze nagevolgd worden gaan de klanten er erg laks mee om. Er is niet veel volk, maar de helft loopt rond zonder kar zodat er bij het aanschuiven plots drie bouwvakkers wel erg dicht in mijn buurt komen. Ik doe teken dat ze achteruit moeten, probeer mijn kar als buffer te gebruiken. Zeker op bouwwerven kan men niet anders dan de regels overtreden, en ik heb geen zin om ziek te worden. Ook het winkelpersoneel lijkt het niet zo nauw te nemen met de ‘social distancing’, het lijkt me ook moeilijk dat een hele dag vol te houden. Ik neem me voor mijn boodschappen voorlopig in andere winkels te doen.
’s Avonds geeft mijn collega een online les, ik log even in om nog wat praktische mededelingen te doen. Er loopt technisch van alles verkeerd zodat ik de hele tijd moet volgen om bij te sturen. De frustratie bij de deelnemers maakt me onrustig, ik ben blij als het voorbij is, log snel uit en ga naar bed. Ik lees nog wat in Sugar and Other Stories van A.S. Byatt en alhoewel ik er met mijn hoofd nauwelijks bij ben bieden haar mooie en ingewikkelde zinnen mij troost en afleiding.
