Zondag 5 april

Ik heb diep geslapen, er waren vreemde dromen. Ik heb nog wat hoofdpijn, maar verder voel ik me goed. In deze curieuze oorlog is een minutieuze berichtgeving over je gezondheid een soort oorlogsverslaggeving uit de loopgraven. Is deze kuch onschuldig of een voorbode van iets veel erger? Waarom voelt mijn keel rauw aan? Is spierpijn een symptoom, kun je eens voelen of ik koorts heb? Afgelopen zaterdag moest ik niezen in de Colruyt, ik voelde me een oorlogsmisdadiger.

Buiten is het mooi, zonnig, windstil en ik ga aan de slag. De rest van de passieflora moet er aan geloven, ik spit het laatste stukje moestuin om. De kat komt helpen, graaft haar eigen stukjes om alsof ze een hondje was. Ik sproei de aardappelen en de uien die ik eerder plantte. Hopelijk overleefden ze de nachtvorst van vorige week. Strooi koemest, gooi organisch afval op de composthoop. Later maak ik kleine kuiltjes waarin ik peultjes en boontjes zaai.

Mijn lief kijkt ondertussen naar de koers, alsof het een gewone zondag is in april. Philippe Gilbert, de man met de twee voornamen wint nog eens. Daarna nemen een paar renners het tegen elkaar op in een soort videospel-variant van het echte werk. Mijn lief geniet er toch van terwijl ik verder het terras opruim. Wat een paar uur geleden nog op een stort leek is nu opnieuw een kleine hof van Eden. Ik wil nog kippen, zeg ik. Net als het jaar ervoor, toen wilde ik ook kippen. We kopen een stuk van de achtertuin van de boze achterbuur, zeg ik. Mijn lief slaat aan het rekenen en komt tot de conclusie dat we er vanaf zijn voor een slordige duizend euro. We kunnen ook een kalkoen houden, zeg ik. Legt een kalkoen eieren? Natuurlijk, een kalkoen moet wel eieren leggen, waarom zou een kalkoen dat niet doen? En dan hebben we meteen iets te eten voor kerstmis, zegt mijn lief. Hij heeft het niet over de eieren.

We eten frietjes, steak, asperges. Tijdens het nieuws sijpelt het Corona-nieuws terug binnen. In de rusthuizen sluipt de stille moordenaar rond en slaat genadeloos toe. Oude mensen gaan uit als kaarsjes. Er is te weinig: te weinig personeel, te weinig tests, te weinig beschermend materiaal. De minister belooft meer, maar het is me een raadsel waar hij die verpleegkundigen vandaan zal halen. Het is niet alsof we daar nog flinke reserves van hebben liggen in de één of andere schuif.

Er is veel slecht nieuws en een klein beetje goed nieuws. Er werden vandaag meer mensen uit het ziekenhuis ontslagen dan er nieuwe patiënten werden opgenomen. Wij houden vol, wij blijven doorgaan, al was het maar omdat er niet veel anders is dat wij kunnen doen.

Einde berichtgeving.

War reporting

Plaats een reactie