Dinsdag 7 april

De dag loopt voor geen meter. Ik heb nergens zin in en al helemaal niet in werken. Ik begin er een beetje spijt van te krijgen dat we onze studenten hebben voorgesteld om tijdens de Paasvakantie of wat daarvan overblijft gewoon te blijven lesgeven. Nu wilde ik dat ik gewoon in de tuin kon gaan zitten met een boek, de boel de boel laten en mij verder nergens meer van aantrekken. Niet meer te hoeven antwoorden op vragen waarop het antwoord al drie keer is gegeven. Geen geregel en gedoe meer, maar vakantie in de hof.

Over de middag, tussen de online meetings door doe ik het gewoon. Er is toch niets dat lukt, dus ik neem een boek uit het rek en installeer mij op het terras. ‘Waarvan wij droomden’, een novelle van Julie Otsuka neemt me mee naar de Verenigde Staten van bijna 100 jaar geleden. Japanse meisjes en vrouwen maken per boot de oversteek, op weg naar een onbekende echtgenoot die ze op foto hebben gezien. Ze willen ontsnappen aan het harde en magere boerenbestaan in het land van de rijzende zon en weten nog niet dat hen in de VS niet veel beter te wachten staat. Hun toekomstige mannen hebben geposeerd voor de auto en het huis dat ze zeiden te bezitten, maar werken als loonarbeider of deelpachter voor een appel en een ei.

Het is goed om eens helemaal ergens anders te zijn, iets te leren over mensen die je niet kende, over een periode in de geschiedenis waar je nog niet veel over wist. De taal is poëtisch, vloeiend, indringend.

Ik ga naar de Aldi om maandverband. Een jonge vrouw neemt één voor één de verpakte groenten vast voor ze terug te leggen. Haar moeder staat ondertussen rustig in het gangpad te telefoneren. Ik vraag de vrouw om dat niet te doen, ik weet zeker dat ik ziek zal worden na een winkelbezoek. In de straat van mijn zus is een hoogbejaard koppel overleden. In de rusthuizen, zo wordt langzaamaan pijnlijk duidelijk, is de situatie dramatisch. Ongeschoold personeel, zero beschermingsmateriaal, geen testkits om verzorgers of bewoners te onderzoeken. De bevoegde minister worstelt en stottert om het allemaal uitgelegd te krijgen. Beke had zich het makkelijke postje dat hij voor zichzelf in de wacht sleepte na de verkiezingen wellicht anders voorgesteld. Kuifje in Coronaland.

De containerparken gaan terug open, mensen schuiven makkelijk tot anderhalf uur aan om hun afval te kunnen dumpen. Op Twitter wordt er net niet opgeroepen om de containerpark-meute met rieken en fakkels te verjagen. Als er iets is dat deze crisis mij leert, dan wel hoe snel we zijn om ons te moeien met wat iemand anders doet. Zelfs in de tederste anarchist schuilt wel een meedogenloze dictator die de rest van de wereld wil opleggen hoe ze nu precies vrij en onbevangen moeten zijn.

Julie Otsuka

Plaats een reactie