Dinsdag 26 mei

Het is twintig voor zes in de morgen, het is al behoorlijk klaar buiten en de poes wil iets onbestemds en maakt dat luid duidelijk. Misschien vindt ze het gewoon tijd om op te staan. Gelukkig kan ik nog een uurtje soezen in bed voor ik besluit mijn ogen helemaal open te trekken. Ik scroll wat door de nieuwsberichten op mijn telefoon, denk aan de dag die gaat komen en sta op.

Op het werkfront is het rustig, een hele verandering tegenover de afgelopen weken. Toen moest ik nog driftig mailen en videochatten, een begroting uit mijn mouw schudden en wanbetalers opsporen. Ondertussen gebeurde er van alles met de waterleidingen en de loodgieterij in mijn huis dat bezwaarlijk positief te noemen was en waar professionele ontstoppers en andere vakmannen aan te pas moesten komen. Onderweg was er ook nog eens een migraine waardoor ik twee dagen lang sterretjes zag.

Vandaag ben ik er min of meer van af als ik een mailtje of twee stuur, de rest van de dag is helemaal van mij. Mijn dochter gaat bij haar vader studeren, ik wuif haar uit. Het huis is voor het eerst in weken leeg, zelfs de kat heeft elders haar heil gezocht. In de zetel overvalt me een beginnend vakantiegevoel, met een hele oceaan van vrije tijd die zich voor me uitstrekt. Ik zou kunnen lezen, winkelen, gamen, schrijven, wandelen, mijn foto’s bewerken en publiceren, vrienden bezoeken, maar uiteindelijk is het mijn tuin die strijd om mijn aandacht en tijd wint. Ik herschik om te beginnen mijn kamerplanten zodat de lichtliefhebbers volop van het zomerseizoen kunnen profiteren en lichtschuwe exemplaren hun blaren niet branden.

De moestuin ligt er triestig bij, als ik eerlijk moet zijn. Dit voorjaar motiveerde me maar matig om er veel mee bezig te zijn en wat er wel durfde de kop opsteken werd genadeloos opgevreten door allerlei beesterij. Behalve mijn patatten. Mijn patatten gedragen zich als fiere, stoere jongens, al valt het af te wachten wat er zich onder de grond afspeelt. Ik waag het er op en plant een deel van mijn tomatenplantjes in de volle grond. In de Aveve ga ik nog snel wat slaplantjes halen en kom buiten met sla, rode uitjes, een kamerplantje, zaad voor dille en struikbonen en een insecticide waarop staat vermeld dat het voor de biologische landbouw geschikt is. Er zullen wellicht allerlei ouderwetse boerenmiddeltjes zijn die de onooglijke roofdieren en vreetbeesten van mijn boontjes, courgetten en sluimererwten weghouden maar dat duurt me te lang. En uiteindelijk is het ook wel een beetje oorlog natuurlijk.

Het is zonnig, maar niet brandend heet en ik blijf maar bezig. ’s Avonds komt mijn lief af, we eten samen op het terras en we maken plannen om zondag naar een museum te trekken in Brussel. Hij reserveert een tijdsslot en ik vraag me af hoe dat zo zal zijn, met mondmaskers en een algemene smetvrees die ons in zijn greep heeft. We blijven hopen dat we komende zomer toch naar het vakantiehuisje kunnen in Normandië, ver weg van grote groepen mensen en stedelijke drukte.

600px-paul_cc3a9zanne_1839-1906_ferme_en_normandie_c3a9tc3a9_hattenville_oil_on_canvas_65.1_x_81.1_cm.._painted_in_1882._._christieu2019s

Plaats een reactie