Woensdag 12 augustus

Vandaag moet mijn dochter haar thesis indienen. Masterproef, noemen ze dat tegenwoordig. Ze is er aan begonnen vlak na haar examens eind juni. Zes weken later is ze er mee klaar. Drieënvijftig pagina’s, in haar allerbeste Italiaans. Over het thema van de antiheld in de Italiaanse renaissanceliteratuur, alstublieft. Op haar punten is het nog even wachten, maar de tussentijdse feedback van haar promotor was al positief.

Sinds 13 maart heeft ze binnen gezeten, die dochter van mij. Eerst was er de lockdown, daarna de blok en de examens. Daarna de sprint om die thesis af te krijgen. In al die tijd heeft ze een paar van haar vrienden sporadisch, hier en daar, ‘in het echt’ gezien. Er weerklonk geen feestgedruis, er waren geen wilde nachten, zotte roadtrips, wilde avonturen of de zon zien opgaan boven de Vlasmarkt. Volgend jaar, zeggen we, volgend jaar haal je dat allemaal weer in.

Volgend jaar komt misschien niet, of toch zoals we het zouden willen en wensen. Toen ergens in mei de regels werden versoepeld en we ons opnieuw mochten omringen met ongeveer zoveel mensen als we maar wilden heb ik ook gedacht ‘oef, we zijn zonder kleerscheuren aan de overkant geraakt’. We moesten gewoon nog even wachten op een vaccin en dan was alles terug zoals het vroeger was. Tot de cijfers met besmettingen opnieuw de hoogte in schoten, duidelijk werd dat er nog altijd geen test en traceerbeleid op poten stond zoals dat had gemoeten en elk Europees land met argusogen keek naar de buren.

Ik vrees dat ik mij nu pas goed realiseer dat een virus dat eens het levenslicht ziet, niet zomaar uitsterft. Dat we er al maatschappij en individu mee zullen moeten leren omgaan, dat we eventjes collectief zullen moeten dansen op een slap koord om te voelen waar we de controle hebben en terug verliezen. Hopen dat we ondertussen niet opnieuw in het diepe duiken zonder dat we kunnen zwemmen.

Op het terras bij haar vader drinken we sprankelende wijn en eten er lekkere hapjes bij. Ondertussen worden we geplaagd door wespen die we op karma-vriendelijke wijze moeten verjagen tot mijn geduld op is en ik toch zo’n beest in mijn bord vermorzel met mijn vork. Misschien reïncarneer ik nu als een kreupele vinvis, of een spin met maar 4 poten.

Binnen enkele weken trekt ze de wijde wereld in, onze dochter. Ze gaat op kot in Brussel, wil daar nog een extra Master studeren in een richting waar je in deze tijden geen kloten mee kunt doen. Ik maak er mij niet de minste zorgen in, er is nog een heel leven lang tijd om dingen te doen tegen je goesting. Ik hoop vooral dat ze nog twee heerlijk zorgeloze jaren tegemoet kan gaan, met cantussen en gezang. Met veel feestgedruis en wilde nachten, met ergens in Brussel de zon zien opgaan boven de stad. Met zalig zotte roadtrips, met irritante proffen waar ze toch veel van leert. Met stress voor een thesis en daarna drie dagen feest.

Night-Time9

Plaats een reactie