Zondag 16 augustus

Het belooft een bijzonder stille dag te worden, zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Het is zondag en ik lanterfant maar wat. Het wil allemaal niet echt vlotten, ik raak precies niet helemaal wakker. Nergens veel zin in, een eindeloze zondag strekt zich voor me uit. Ik speur mijn kasten af naar iets eetbaar, mijn koelkast zou ik dringend eens moeten uitkuisen maar ik heb er volstrekt geen zin in. Ik zet Klara op, er speelt een soort muzikaal reisprogramma.

Na mijn middagdutje zie ik dat de fotografe onze huwelijksfoto’s heeft doorgestuurd en zo gebeurt er toch nog wat. Normaal hadden we moeten trouwen op 18 april van dit jaar, maar toen leefde dit land nog onder een streng lockdownregime. We verzetten toen de datum naar 17 juli, de dag dat de Gentse Feesten eigenlijk hadden moeten beginnen. Omdat alle grote trouwfeesten afgelast of uitgesteld zijn, kreeg ik te elfder ure toch nog een fotograaf te pakken die goed werk levert zonder stukken van mensen te kosten.

In een beperkt gezelschap wachtten we die 17de juli onder een bewolkte hemel aan het Gentse stadhuis tot het onze beurt was. Aan ons programma was er niet zo heel veel veranderd: de ceremonie, zonder al te veel poespas. Daarna champagne drinken op de Bootjes van Gent en tot slot een hapje eten, allemaal in het gezelschap van onze dichte familie. Voor de uitgebreide familie, onze vrienden en onze kennissen hadden we feest gepland op 29 augustus. Dat stellen we dus uit naar een onbekende datum.

Het werd een fijne dag, die vrijdag in juli. De wolken trokken weg zonder dat het loeiheet werd en iedereen was in zijn sas. Mijn vader heette zijn nieuwe schoonzoon nog eens plechtig welkom in de familie en er werd geknuffeld en gezoend, alhoewel dat eigenlijk niet mocht.

Na een hele hoop gevloek en gesukkel, mijn computer verschillende keren opnieuw te starten slaag ik er eindelijk in om de foto’s op te laden naar Facebook. De eerste lezing is altijd een beetje handenwringen en je blindstaren op je rimpeltjes, dubbele kinnen en vetrolletjes. Daarna zie je het grotere plaatje en de blijde gezichten, de fijne sfeerbeelden. Het zijn de foto’s geworden zoals we ze wilden, impressies van heuglijke dag.

’s Avonds kijk ik in uitgesteld relais nog naar Bin-Jip. Het is een stille film, maar tegelijkertijd wel bruut en agressief. Een jongeman, over wie we verder niets te weten komen, gaat op zoek naar huizen waarvan de bewoners op reis zijn om zich er dan enkele dagen te installeren. Hij doucht en eet de frigo leeg, maar hij poetst ook of doet de strijk. Of als je vader dood op de vloer ligt legt hij zorgvuldig het lijk af en begraaft het ergens in de tuin. Voor wat, hoort wat ….

Op een dag breekt hij binnen in het huis van een koppel, maar is mevrouw nog thuis terwijl mijnheer op zakenreis is. Mijnheer heeft losse handjes en de sporen daarvan zijn te zien op haar gezicht. Ze vluchten samen weg, maar worden door de politie opgepakt. Zij keert terug naar haar man, hij moet naar de gevangenis. Daar leert hij zich beschermen tegen het sadisme van de cipiers door onzichtbaar te worden.

bin-jip-2004

Plaats een reactie