Zaterdag 26 september

Het regent hard en onverdroten. Deze nacht waaide het hard over deze lage vlakte aan de Noordzee, de eerste herfststorm van dit najaar. Ergens in een bos heeft vast een boom de strijd opgegeven en ging liggen om nooit meer op te staan. Alsof hij plots toegaf aan zichzelf en aan de wereld dat hij hopeloos vermoeid was. De hoge boom valt, in een polder staat een handvol knotwilgen zwijgend wacht te houden, de kont kribbig naar de wind gekeerd. Als het moet houden ze het eeuwen vol, als in de lente maar hun twijgen worden gekort.

Afgelopen zomer gingen mijn man en ik enkele dagen op vakantie in de Westhoek. Dat stuk van ons land waar elk jaar de aarde nog roestige obussen en ander oorlogstuig naar de oppervlakte stuwt en op elke straathoek wel een soldatenkerkhof te vinden is. Steeds netjes onderhouden, het gras gemillimeterd, de lange rijen kleine witte zerkjes onberispelijk. Meer dan honderd jaar later is dit de eer die hen te beurt valt, alsof hun levens tijdens de Grote Oorlog niet vermorst werden als goedkope bikkels tijdens een spel. Hun namen zeggen me niets, voor mij zijn ze allemaal anoniem. In onze steden krijgen de generaals van toen nog altijd een belangrijke straat, en druk plein of pompeus standbeeld toebedeeld. Foch, Meiser, Jules-Jacques de Dixmude.

Voor we aankwamen in de B&B waar we zouden verblijven stopten we nog aan het Duitse soldatenkerkhof in Vladslo. We moesten pijltjes volgen en niet te dicht bij de andere mensen komen, al waren het er dan bijzonder weinig. Ook toen regende het, maar zachtjes. Het Treurende Ouderpaar werd langzaam nat, de Vader heeft zijn armen rond zichzelf geslagen als om te vermijden dat zijn rouwende hart uit zijn borstkas valt. De sfeer leek op gestold verdriet.

Nu leven wij in vrede, omdat we oorlogen buiten onze grenzen houden. De oevers van de Middellandse Zee is het slagveld nu, waar duizenden te pletter slaan of stranden onderweg. Misschien krijgen zij ook ooit een steen om hen te eren en gaat iemand op zoek naar hun naam en wie ze waren.

Misschien moet ik over vrolijke dingen schrijven. Niet steeds dat melancholieke, trieste nieuws herhalen en de wereld in sturen. Alleen lijkt het alsof de wereld zich op dit moment in een permanente staat van oorlog, chaos, rumoer, twijfel en instabiliteit bevindt waar ik nog maar moeilijk mijn weg in vind. De tijd dat ik dacht dat ik de wereld mee zou helpen veranderen is voorbij, en ik mag niet te veel nadenken over alles wat ik onjuist en onrechtvaardig vind want dan word ik boos, verdrietig en opstandig. Vroeger kon ik ontsnappen in de kunsten, een theaterzaal, een snelle trip naar Parijs om troost en thee van de gebroeders Damman te vinden. Ik weet het, ik ben een snob en een verwend nest, maar ik mis die dagen die zo zorgeloos waren. Toen we nonchalant flaneerden langs overvolle kaaien of roekeloos tussen vreemden en hun hoesten en hun zweten naar muziek luisterden.

Plaats een reactie