De dag gaat op aan werk op de computer en drie online meetings. Iets waar ik tegenop keek is uitgesteld en halvelings afgesteld en ik dank het universum nog eens en mijn talent om de dingen op hun beloop te laten zodat ze zichzelf oplossen en uiteindelijk verdwijnen. Ik tokkel en ik puzzel, ik moet antwoorden op vragen van iedereen en plots is alles weer dringend. Een paar maanden geleden zou ik nog met een krop in mijn keel gezeten hebben, nu kan ik denken ‘ach, morgen is er weer een dag’.
Ik laat mijn stukje van gisteren lezen aan een vriendin die even of voor altijd van Facebook is verdwenen, we bespreken een uitje dat zich mogelijk in de niet zo verre toekomst kan voordoen en ze vraagt of dat wel zal lukken met mijn Corona-angst? Ik wist zelfs niet dat ik dat had, maar misschien ben ik wel bezorgder dan andere mensen of probeer ik mijn gedrag meer aan te passen. Ik wil natuurlijk vermijden dat ik het krijg, het lijkt me geen pretje. Op korte termijn niet en op lange termijn zou ik wellicht één van die mensen zijn die er nadien nog buitensporig lang last van heeft. En ik wil liever niet andere mensen besmetten of één van de schaarse ziekenhuisbedden innemen. Het is geen angst, ik ben gewoon met teveel verantwoordelijkheidszin geboren denk ik.
In de namiddag, net als de scholen uit zijn, zit ik op de tram. Achter me zitten wat puberende jongens die voornamelijk met zichzelf geen weg weten. Ze maken lawaai, speelvechten, af en toe weerklinkt muziek. Ze schelden in een vreemde taal en weten niet dat ik hen begrijp. Als het er wat te luid aan toe gaat draai ik me om en roep ze tot de orde. En doe je mondmasker goed aan, zeg ik nog tegen de gast die het op dat moment als kinversiering draagt. Het is grappig, maar zonder morren doen ze wat ik zeg. Wellicht doe ik hen aan hun moeder denken, of aan hun boze tante. Ik heb wat moeder-energie over nu mijn dochter langzaamaan maar heel erg zeker het huis verlaat.
Volgens de app die mijn stappen telt op mijn telefoon stap ik dit jaar minder dan het jaar ervoor. Eerst verwondert me dat, ik heb immers geen auto meer. Ik fiets meer, ga meer wandelen, probeer er op te letten dat ik niet een hele dag voor mijn scherm zit om vervolgens in de zetel voor de TV te ploffen. Buitenkomen doet me goed, het zorgt voor ruimte in mijn hoofd. (Vorige week, toen ik samen met mijn man een wandeling maakte sloeg ik 2 keer mijn voet om en viel ik één keer, gewoon omdat ik over niets struikelde).
Ik stap dit jaar minder dan vorig jaar, omdat we niet op reis zijn kunnen gaan zoals we dat gewoonlijk doen. Er zijn geen onverwachte tripjes naar Parijs, we flaneren niet langs boulevards op zoek naar een geschikt terras. Geen exposities waar we ons aan kunnen vergapen. Geen wandelingen langs een kerkhof dat ik per se wil zien of een kanaal dat onverwacht charmant is.
Ik stap minder dan vorig jaar, omdat ik veel te veel in mijn kot ben gebleven.
