Toen ik eergisteren dat boek over de existentialisten dichtklapte viel het me te binnen dat ik ergens een heel dik boek van of over de Beauvoir had staan. Net als de existentialisten van mijn moeder gekregen trouwens. Nu ben ik dus bezig in Een Trans-Atlantische Liefde, waarin haar brieven aan haar geliefde Nelson Algren zijn opgenomen. Ook weer boeiende lectuur, maar het noopte me wel tot 2 bedenkingen.
Ten eerste dat de Beauvoir blijkbaar al heel vroeg in haar leven had dat ze niet ‘alles’ kon hebben. Ze wilde een rijk intellectueel leven en een boeiende carrière, een rol spelen in het openbare leven die van betekenis was. Daarvoor moest ze afzien van een traditioneel gezinsleven (al heb ik niet de indruk dat ze het moederschap miste), maar ook van de liefde. De reden waarom zij en Algren nooit samenwoonden of trouwden is dat zij haar werk in Parijs niet wilde opgeven. Ze wilde ook niet dat hij zijn schrijverschap opgaf, en dat was duidelijk evenmin zijn wens.
Ten tweede is het alweer eens bijzonder geestig dat elke nieuwe generatie denkt een lans te moeten breken voor alternatieve relatievormen, alsof hun ouders, grootouders en diegenen daarvoor allemaal brave, trouwe, monogame en burgerlijke mannetjes en vrouwtjes waren. Sartre en de Beauvoir hadden wat we nu een soort polyamoureuze relatie zouden noemen, al gaven ze er na een tiental jaren samen op seksueel vlak de brui aan (volgens wat ik in de existentialisten las). Het was wellicht voor hen de manier om hun existentiële filosofie in de praktijk te brengen: een waarachtig leven, zonder zich te laten inperken door conventies.
