Ik sta toch terug op met buikpijn, dus ik breng de voormiddag voornamelijk door op de zetel. Lezend, onder andere in ‘Het Verboden Dakterras’ van Fatima Mernissi. Ze schrijft onbevangen over haar jeugdjaren in Marokko tijdens de jaren ’40. Die brengt ze door in een zogeheten ‘huisharem’, waar meerdere families samenwonen in een soort kleine commune. Mannen en vrouwen min of meer apart uiteraard, en de vrouwen worden verondersteld binnen te blijven. Of toch niet naar buiten te komen zonder goede reden (zoals een bezoek aan een religieus monument of het bijwonen van één of andere plechtigheid). Haar grootmoeder langs moederszijde woont op het platteland, daar is de vrijheid groter. Ondanks de beperkingen die de vrouwen en de meisjes worden opgelegd, groeit Mernissi toch op met de idee dat vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn. Ik ben nog niet ver gevorderd in het boek, maar ben nieuwsgierig naar de rest ervan. Uiteindelijk zal Mernissi uitgroeien tot één van de feministische boegbeelden van de Maghreb, dus ik ben benieuwd hoe dat in zijn werk ging.
’s Namiddags ga ik bij mijn vader op bezoek in het WZC. Er is file onderweg, dus ik kom wat later aan dan voorzien. Bovendien begint het ook nog eens te regenen en heb ik mij daarop niet voorzien. Het uitje naar Lissewege dat ik half in gedachten had valt dus in het water. We gaan naar de cafetaria, waar het zoals gewoonlijk al snel heel lawaaierig wordt. Ik probeer hem te wijzen op de koers die bezig is op het grote scherm, maar hij kan zich daar niet meer voor interesseren. Dat blijft verwonderlijk voor iemand die zoveel jaren lang zelf fanatiek gefietst heeft en het wielrennen van zeer nabij volgde. Af en toe steekt bij hem het idee om zelf terug een fiets te kopen en regelmatig een ritje te maken terug de kop op. Het blijft moeilijk om hem uit te leggen dat dat niet meer zal gebeuren, meestal knikken we vaag of zeggen dat we volgende week of zo wel eens samen naar de fietswinkel zullen gaan.
Na anderhalf uur geef ik het op, onze gespreksonderwerpen zijn snel uitgeput en omdat ik hem niet kan afleiden door buiten te gaan lijkt het voor ons beiden algauw vervelend te zijn.
Thuisgekomen zet ik de finale van het vrouwentennis op (Wimbledon). Ik heb die opgenomen en elk nieuwtje erover vermeden, zodat ik me helemaal kan laten verrassen. Het wordt een teleurstellende match, met Jabeur die zo gestresseerd is dat ze er maar weinig van bakt. Jammer, volgende keer beter.
’s Avonds heb ik afgesproken met een paar vrienden op de Gentse Feesten, een paar voorstellingen meepikken op MiraMiro, het straattheaterfestival. Als we om 21h30 onze opwachting maken is het spektakel afgelast omdat er te veel wind staat. Zoals dat gaat tijdens die tien dagen gezellige chaos zwermen we zonder veel plan uit over de stad. Het is nog geen middernacht als ik terug naar huis keer, maar de sfeer in de stad is weer als vanouds en ik voel de tintelingen in mijn buik.
