Vakantie: dag 8

Ik ontwaak – tegen wil en dank weer op een ongoddelijk uur – en alles is mis. Er zeurt iets in mijn hoofd, ik heb geen zin in de wereld en qua vermoeidheid heb ik nog zoveel slaap als Doornroosje aan het begin van haar honderd jaar durend schoonheidsslaapje. Zelfs de gedachte aan koffie staat me tegen. De yoghurt is op (wie zet er dan ook een pot terug in de koelkast waar er nog maar amper 1 grote koffielepel inhoud in te bespeuren valt?) en brood is er in dit huis al helemaal niet te bespeuren.

Het is niet alsof ik de afgelopen dagen zoveel heb gedaan, maar mijn lijf voelt alsof ik er al tien dagen ononderbroken Gentse Feesten heb opzitten. Ik zal me er maar bij neerleggen dat een alweer stresserend academiejaar met veel turbulentie me niet in de koude kleren is gaan zitten, en mijn lichaam de rust gunnen die het blijkbaar nodig heeft. Het helpt natuurlijk ook niet dat mijn – ahum – levensstijl hier en daar nog wat verbetering kan gebruiken, zoals regelmatiger en gezonder eten, iets van sport doen en minder alcohol drinken. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, zoveel is duidelijk.

Na een kop thee en een mengsel van noten, ananas, muesli en het restje yoghurt ga ik terug naar bed. Dat is het enige medicijn dat kan helpen tegen deze niet door alcohol geïnduceerde levenskater. Ik val betrekkelijk vlug in slaap en ben een paar uur later gelukkig wat meer uitgerust. Mijn hoofd is helderder, mijn blik niet meer zo somber. Na een douche ga ik zelfs naar de winkel, want het WC-papier is op. Ik maak nog eens echt eten voor mezelf, dat is ook al weer een week of wat geleden.

De rest van de dag rommel ik wat in huis. Ik lees nog een stuk van de thesis van mijn dochter na, lees wat verder in het boek van Mernissi. Ze trekt nogal van leer tegen de hoofddoek, het is te zeggen: haar moeder en haar grootmoeder doen dat voor haar. Die twee ongeletterde vrouwen in het Marokko van de jaren veertig dromen van een vrij leven, zonder dat ze opgesloten worden in een harem en zich moeten onderwerpen aan allerlei beknottende kledingvoorschriften (zowel letterlijk als figuurlijk trouwens, de manier waarop ze zich in allerlei gewaden moeten verhullen op het moment dat ze eens buiten mogen beperkt ook hun bewegingen).

In de vooravond heb ik een vage afspraak om nog eens af te zakken naar MiraMiro, maar dat is me vandaag wat te hoog gegrepen en ik laat mijn gezelschap weten dat ik te moe ben. Ik zet de film Tokyo Story op, Een Japanse prent uit 1953 die zich heerlijk traag voortsleept, in het zwartwit natuurlijk. Het is een soort Couperiaans familiedrama, waarin een bejaard koppel hun kinderen gaat bezoeken in de drukke stad Tokio. De ouders zijn welkom, natuurlijk, natuurlijk, maar de kinderen hebben ook hun dagelijkse bezigheden. Ma en pa lopen voornamelijk een beetje in de weg, en allerlei uitjes en afspraken worden gemist omdat er patiënten en klanten zijn die de aandacht van de kinderen opeisen. Het is verademend om te zien dat ook in het Japan van de jaren vijftig de man zijn spullen niet terugvindt en zijn vrouw daar dan maar de schuld van geeft. Dat ouders toen ook al vonden dat ze hun kinderen veel te veel gepamperd hadden en dat de generatie na hen veel te week en teerhartig was en de teleurstelling in de mislukte carrières van hun zonen toen ook al bitter smaakte.

Het is de perfecte film om een loom slepende dag mee af te sluiten. Voor de liefhebbers: voorlopig nog te vinden op VRT.max

Plaats een reactie