Mijn hoofdpijn lijkt weggetrokken, gelukkig. Vandaag trekken we nog eens de stad in, op zoek naar een snuifje moderne cultuur. Jammer genoeg blijkt The Baltic, gesloten op maandag en dinsdag. Wat ooit een bloemmolen was, waar het Baltische graan werd vermalen om de Engelsen van hun dagelijks brood te voorzien, werd begin deze eeuw omgevormd tot een kunstencentrum. Al eeuwenlang wordt het graan uit Estland via de Hanzeroutes naar onze contreien geëxporteerd. Geen idee waar het nu verwerkt wordt, maar de nood aan grote molens is er duidelijk niet meer.
We slenteren langs de rivier, het weer is druilerig en er schijt een vogel op onze kop. We bezoeken de kathedraal en zoals gewoonlijk is er ook hier een speelhoekje voor kinderen. Verder ziet de kathedraal er uit zoals andere gothische kathedralen, en dat blijft telkens indrukwekkend. Veel krullen en andere versieringen en enorme glas-in-loodramen. Mensen die ooit beroemd waren rusten in een praalgraf. Gewijde stilte. In wat vroeger de refter was kun je nog altijd terecht om koffie te drinken en dat doen we. De bediening wordt verzorgd door mensen die wat deugnieterij hebben uitgespookt en hier hun leven terug op de rails proberen te krijgen.
Als we buiten komen is het opgehouden met regenen en wandelen we door de hoofdstraat. Statige gebouwen en een enorme zuil met Earl Grey er op. Die mens die de thee heeft uitgevonden. Of niet, want blijkbaar werd er vroeger bergamotolie aan thee toegevoegd om de slechte kwaliteit ervan te maskeren. Wat er ook van zij, ik drink het graag. We sukkelen Waterstones binnen en ik kom buiten met slechts twee boeken (The Balkan Trilogy van Olivia Manning en een novelle van Jean Rhys). We struinen verder door Grainger Market, ik ben op zoek naar lekker brood, een lastige queeste in Engeland. De enige bakkerij die we vinden is gesloten. We ontdekken nog een prachtige gaanderij, verborgen tussen de twee hoofdstraten. Veel winkels zijn er niet meer.
Om een uur of vier hebben we gereserveerd voor ‘high tea’. We krijgen inderdaad kleine belegde boterhammetjes, scones met clotted cream en confituur en als achterafje nog wat patisserie. En zoveel koffie of thee als je maar wil. Vanavond hoef ik in elk geval niet meer te koken.
Thuis lees ik het boekje ‘An advertisment for toothpaste’ uit, van Ryszard Kapusczinski. Een uitgave van Penguin Classics met onbekende teksten van bekende auteurs en door hun formaat ideaal voor op reis. Er staan 4 kortverhalen in die zich allemaal afspelen in het naoorlogse Polen en ze grijpen stuk voor stuk naar de keel. Eén van de beste dingen die ik dit jaar al las. Kapusczinski is echt een meesterlijke observator, iets wat hem goed van pas is gekomen in zijn tijd als journalist.
Daarna kijken mijn man en ik nog samen naar ‘Supersonic’, een documentaire over Oasis. Niet toevallig opent de docu met het bijbelse verhaal van Kaïn en Abel. Liam en Noel Gallagher zijn gemene straathonden, maar ze maken wel goede muziek (ondanks de onbetamelijke hoeveelheden drugs en alcohol die ze consumeerden), daar komt het zowat op neer. En als je twee keer op het podium op Knebworth staat te spelen voor een massa van 250.000 mensen gaapt daarna het zwarte gat, hoe zou het ook anders kunnen? Op Werchter zag ik onlangs Liam nog optreden in een short en op teensletsen. Hij heeft nog overal lak aan, of is dat ondertussen een trekje geworden dat onderdeel is geworden van zijn vermarktbare identiteit? In elk geval: wie ‘Once’ beluistert moet toegeven dat ook Liam ijzersterke Oasis-songs kan schrijven. Of toch minstens 1.
