Vandaag is het onze laatste dag in Newcastle, samen met de kinderen. Morgen gaan zij naar huis met de trein en trekken wij verder naar het Noorden. We maken er een rustige dag van, of dat is toch het plan. Iedereen slaapt uit, hangt wat rond en steekt verder niet zo heel veel uit. Kort na de middag trekken we eropuit, de hemel is voor de verandering grijs en af en toe miezert het. Onze eerste stop is de Laing Art Gallery, waar er onder andere prerafaëlieten te zien zijn. Ergens hangt er ook een Dumas en een Gaugain. Achteraf vraagt mijn man wat ik ervan vond en na enig nadenken zeg ik ‘provinciaal’. Het is natuurlijk moeilijk om enige coherentie in een collectie te steken als je afhankelijk bent van donaties en die prerafaëlieten vond ik ook maar een beetje saai. Maar goed, het kan niet altijd de Albertina in Wenen zijn. Met een paraplu in de hand zetten we koers naar The Baltic, dat deze keer wel open is. Er is werk te zien van Larry Achiampong. Vrolijk word je er niet van, dat heb je natuurlijk met thema’s zoals migratie en racisme. Het beeld dat al dagen de ronde doet op sociale media van de vrouw die in de woestijn samen met haar dochtertje haar einde vond probeer ik weg te duwen. Ik kan er niet te lang mee bezig zijn zonder licht misselijk te worden.
Op de onderste verdieping is er een retrospectieve van Chris Killip, een fotograaf die ik nog niet ken. Zijn werk focust op de arbeidersklasse in het Noorden van Engeland in de jaren ’70 en ’80. Zwartwit natuurlijk, en dat levert bijzonder krachtige beelden op. Vooral de reeks ‘Seacoal’ maakt indruk op me. We schrijven 1983, en dat is nog niet eens zo gek lang geleden. Een kleine gemeenschap van ex-mijnwerkers en ‘travellers’ overleeft door de opbrengsten van aangespoeld afval van de koolmijnen van het strand te oogsten en ten gelde te maken. Vroeger was alles beter, maar gelukkig storten we vandaag het afval van de koolmijnen niet meer in de zee.
Omdat het onze laatste avond is gaan we eten in The Alchemist, waar je allerlei drankjes kunt bestellen met spectaculaire effecten.
’s Avonds in bed lees ik nog de vele steunbetuigingen aan het adres van Sinéad O’Connor die ondertussen ook schielijk overleden is. Terwijl ze nog niet zo lang geleden werd weggezet als de gekke tante van de muziekindustrie lijkt ze nu wel de heldin van iedereen te zijn geweest. Je vraagt je af waar al die mensen waren toen ze een paar jaar geleden nog haar wanhoop uitschreeuwde en aangaf dat het niet zo goed met haar ging. Het is pas sinds de documentaire die vorig jaar over haar uitkwam dat ik ten volle heb begrepen wat haar zo getekend heeft. Een mishandeld kind dat gruwel heeft doorstaan waar de meesten van ons niet eens aan kunnen denken. Uitgespuwd door iedereen toen ze op confronterende wijze de waarheid over het onwaarschijnlijke misbruik door leden van de katholieke kerk aanklaagde. Hoe pijnlijk en eenzaam moet het geweest zijn voor haar te weten dat ze gelijk had en door niemand werd geloofd. De openingsscène uit de documentaire bezorgt me nog altijd een krop in de keel. Ze staat alleen op een podium, omringd door een vijandig publiek dat haar en masse uitjouwt. Het is notabene een verjaardagsconcert voor Bob Dylan, de protestzanger bij uitstek van een hele generatie. Hoe halen ze het eigenlijk in hun hoofd om haar, die haar onwaarschijnlijke stem gebruikt om te protesteren tegen elk onrecht in de wereld, van het podium te jagen. Kris Kristofferson fluistert iets in haar oor. En daarna haalt ze uit met die krachtige stem van haar en legt ze het publiek het zwijgen op. A cappella. Dan verdwijnt ze van het podium.
Op Twitter is er wat heisa omdat iemand vindt dat de vele foto’s van Sinéad zonder hoofddoek respectloos zouden zijn en getuigen van islamofobie. Nu ben ik de eerste om toe te geven dat we veel te krampachtig omgaan met het gegeven ‘islam’, maar Sinéad verscheen zelfs na haar bekering zowel gesluierd als ongesluierd in het openbaar. Zij, die aan den lijve heeft ondervonden wat voor een verwoestend effect geïnstitutionaliseerde religies kunnen hebben op mensen, bleef heel haar leven op zoek naar zingeving en spirituele betekenis, maar ze was het tegendeel van een pilarenbijter.
Sinéad heeft overleefd waar er velen al aan ten onder zouden gegaan zijn, maar de zelfmoord van haar zoon was er te veel aan.
Te vroeg, maar niet onverwacht.
