Oorlog en vrede

Goed nieuws, want ik was erdoor voor al mijn examens. Je weet wel, die twee die ik in januari aflegde. Voor Geschiedenis van de Moderne Wijsbegeerte had ik een 16/20, in de lijn der verwachtingen dus. Voor Geschiedenis van de Middeleeuwse Wijsbegeerte haalde ik onverhoopt een 12/20. Geen idee waar ik die vandaan haalde, want op basis van mijn antwoorden had ik mezelf eerder een 8 op 20 of zo gegeven. Maar kijk, we klagen niet.

  1. Augustinus

Ik kan natuurlijk niet sterven zonder dat ik het antwoord op de eerste vraag ken. Die was: wat is de positie van Augustinus over het thema ‘oorlog en vrede’ en de rechtvaardige oorlog en hoe verhoudt zich dat tegenover zijn voorgangers? Ik had dit stuk van de cursus amper bestudeerd en al helemaal Augustinus niet. Stom natuurlijk en ik ga ervan uit dat ik daar veel punten heb laten liggen.

Nu ik de tijd neem om Augustinus’ standpunt over de rechtvaardige oorlog van naderbij bestudeer, blijkt dat best complex en interessant. Ik laat jullie graag mee genieten.

Om te beginnen stelt Augustinus samen met de rest van de wereld vast dat oorlog slecht is. Tijdens een oorlog gebeuren er namelijk allemaal nare zaken en dat is weinig wenselijk, dat weten we allemaal. Dus een verrassingen daar: oorlog = niet goed, logisch en klaar als een klontje. Voor je denkt: hé, zo kan ik het ook!, er is meer. Volgens Augustinus is het doel van de oorlog in veel gevallen de vrede, en dan wordt het een heel ander verhaal. Het doel heiligt dan de middelen, en zeker in een aardse wereld die door zonde geregeerd wordt kan het kwaad van de oorlog er wel nog bij.

Bovendien, zo vult hij aan, wat is stelt vrede hier nu eigenlijk voor? Die volmaakte vrede is enkel weggelegd voor wie in het hiernamaals het Paradijs bereikt en in Gods aanwezigheid kan vertoeven. In het ondermaanse is vrede per definitie altijd voorlopig, fragiel en imperfect. Daar zit de zondeval van de mens voor iets tussen: we zijn jaloerse, wrokzuchtige en hoogmoedige wezens, die ons tot het einde der tijden van geweld zullen bedienen om onze zin te krijgen of een ander de duvel aan te doen. De vraag is dus vooral: hoe dient een goede christenmens om te gaan met de onvermijdelijke realiteit van oorlog en geweld? Meedoen of thuisblijven? Terugslaan of de andere wang toekeren? Het Oude Testament of het Nieuwe Testament? Een serieus dillema, want waar de God uit de eerste boeken van Bijbel zelf niet vies is van een portie trammelant komt de Jezus uit het Nieuwe Testament voor de dag met een heel ander adagium: je moet je vijand liefhebben als je naaste.

Aha, zegt Augustinus, dat is inderdaad zo. Maar als je het beste voor hebt met je vijand, dan is het beste dat je kunt doen hem een koekje van eigen deeg geven, zodat hij zijn lesje leert en in de toekomst een beter mens wordt. Innerlijk keer je je tegenstrever de andere wang toe, uiterlijk sla je hem keihard op zijn gezicht. Je vuist is dan een wapen voor de liefde, want het is vooral de intentie die telt. Sla je hem omdat je woest bent en wraak wil nemen, dan ben je niet goed bezig. Is je daad gericht op correctie van onwenselijk gedrag en gebruik je je zwaard om de ander richting de hemel te bewegen, dan doe je het voor zijn eigen bestwil.

Je ziet hier ook al een legitimering van de latere Kruistochten: in essentie waren dat natuurlijk ordinaire roofpartijen, maar wel gelegitimeerd door de Heilige Stoel. Je moest die vuile heidenen toch ook de kans bieden om het Rijk Gods binnen te treden. Indien niet goedschiks, dan wel kwaadschiks.

Kijk ja, Augustinus is gelukkig niet doodgegaan van een sofisme meer of minder. Langs de andere kant: we hebben ook maar 4 kaakjes om aan te bieden, dus daar zijn we ook snel klaar mee. En ik moet toegeven dat ik zelf ook eerder van het ‘do no harm but take no shit’ type ben. Niet dat ik mij elke week in één of ander handgemeen bevind, daar ben ik niet sterk genoeg voor, maar ik heb er ook geen zin in om me te laten rondrijden tot in Lombardije.

2. Joseph Brodsky

Omdat ik tijd heb kan ik deze week een aantal essays van Joseph Brodsky lezen. Joseph wie? Ik verwarde hem zelf even met Harold Brodkey, maar dat is dus iemand anders. Brodsky was een dichter die geboren werd in Leningrad/Sint-Petersburg in 1940 en in 1972 naar de Verenigde Staten kon emigreren. Niemand minder dan Akhmatova nam de jonge Brodsky en zijn talent onder haar vleugels. Niet dat dat veel mocht helpen: in zijn thuisland werd hij twee keer in een psychiatrische instelling opgesloten omdat hij maar een rare poëet was die Sovjet-onvriendelijke gedichten schreef. Vervolgens werd hij voor diezelfde redenen veroordeeld wegens ‘parasitisme’ en voor 18 maanden verbannen naar Archangelsk waar hij hard labeur moest verrichten.

In één van zijn essays waarin hij vertelt over zijn (kinder)tijd in Leningrad heeft hij het over de oorlogseconomie van de Sovjet-Unie

Also because military blackmail, i.e., a constant increase in the production of armament which is perfectly tolerable in the totalitarian setup, may cripple the economy of any democratic adversary that tries to maintain a balance. Military buildup isn’t insanity: it’s the best tool available to condition the economy of your opposite number, and in the Kremlin they’ve realized that full well. Anyone seeking world domination would do the same. The alternatives are either unworkable (economic competition) or too scary (actually using military devices).

In 1976 – toen Brodsky dit schreef – bestond de economie van de USSR nog voornamelijk bij gratie van de wapenwedloop. De productie van wapens, maar ook de ontwikkeling van een ruimtevaartprogramma dat ook op militaire overmacht gericht was. Het antwoord van de Verenigde Staten kennen we. Ergens begin jaren negentig begon de dooi en was er stilletjes sprake van ontwapening. Lang heeft dat niet geduurd: vandaag lijken we niet anders meer te kunnen dan opnieuw in de ratrace te stappen. Zeker als we willen dat Rusland de oorlog in en om Oekraïne verliest.

En dat willen we.

Plaats een reactie