Yasmine Hamdan – Kant

Gisteren trad de Libanese zangeres Yasmine Hamdan op in de Handelsbeurs in Gent en ik daar was ik dus bij. Hamdan vormde samen met haar zus eind jaren ‘90 en begin jaren 2000 het techno/pop duo Soapkills. Ideale muziek om op te zetten als je nood hebt aan wat zwoele muziek om bij weg te dromen.

Vorig jaar bracht ze het album “I remember I forget” uit en daarvan klinken de nummers hier regelmatig in de living.

Het concert gisteren was bij momenten betoverend, zeker tijdens het eerste deel. De klaaglijke Arabische klanken, de opzwepende beats en de gouden stem van Hamdan hielden me echt in de ban. Halverwege kondigde ze een vrolijker nummer aan over haar kat, maar dat kon me minder beroeren. Yasmine is op haar best als ze dramatisch kan uithalen en je in haar nummers het leed kan horen van een heel volk. Je moet niet heel erg ver gaan zoeken wat de betekenis is achter een tekst zoals ‘A tiny land/With a gaping wound/Some people linger/Some go absent’. De vertaling komt van haar eigen website, zelf zingt Hamdan steevast in het Arabisch.

Eerder die dag woonde ik een college over de esthetica bij Kant. Wat zou hij te zeggen hebben over mijn esthetische ervaring van het concert?

Schoonheid is subjectief, maar verre van willekeurig

Om te beginnen: schoonheid is volgens Kant geen objectieve eigenschap van dingen, het is een subjectieve ervaring. Schoonheid zit niet in een muziekstuk zoals gewicht in steen zit. Wat ik mooi vind, kunnen anderen banaal of onnozel vinden. En omgekeerd natuurlijk.

Tot hier klinkt het allemaal redelijk logisch, denk ik. Maar Kant leert ons wel dat ons esthetisch gevoel niet ‘out of the blue ontstaat. Wat we mooi vinden komt voort uit de manier waarop onze cognitieve vermogens samenwerken. Met onze oren horen we de muziek (= zintuigelijke waarneming), maar het is onze geest die wat we horen op een bepaalde manier verwerkt, ordent, verbindt en ervaart.

Tijdens het concert hoorde ik niet enkel muziek, ik ging op in een vorm: het samenspel van ritme, stem, klankkleur, opbouw, herhaling, spanning ….

Een esthetische ervaring is ‘belangeloos’

Kants tweede punt is dat een esthetisch oordeel belangeloos is. Daarmee bedoelt hij vooral dat we ons overgeven aan het moment van kijken of luisteren, zonder ons af te vragen wat nu precies het nut ervan is. Of het ons voordeel oplevert en of we het kunnen ‘hebben’. Of we het later nog kunnen gebruiken en of we het op Instagram of Facebook kunnen zetten.

We laten ons raken, zonder meer.

Achteraf kun je natuurlijk analyseren in welke toonladder er gespeeld werd, welk metrum een gedicht heeft en of een schilderij aquarel dan wel olieverf is. Maar tijdens de ervaring ben je daar helemaal niet mee bezig, je ondergaat. Je vindt het mooi, ontroerend, overweldigend, of alles tegelijk.

Wat dat analyseren betreft, dat hoort voor mij bij het nagenieten. Samen napraten over het concert, wat er precies waar en wanneer gebeurde is soms net zo leuk als de ervaring zelf. Twee keer genieten voor de prijs van 1 ticket!

Waarom willen we dat de rest van de wereld mooi vindt wat ik mooi vind?

Kant heeft onze menselijke aard goed door. Hij begrijpt dat als we zelf iets mooi vinden, we dan eigenlijk vinden dat anderen dat ook zouden moeten kunnen inzien.

We weten heel goed dat smaken verschillen. En toch zit er in onze opvatting van “dit is prachtig” méér dan “ik heb hier persoonlijk van genoten”. We verwachten dat anderen instemmend knikken en zeggen dat zij het ook prachtig vonden.

Kant formuleert dat zo: in het smaakoordeel schuilt een aanspraak op algemene geldigheid. (Komaan, vind dit ook schoon!). Schoonheid is dus absoluut subjectief, maar dit sluit ons – volgens Kant dan toch – niet op in onze eigen ervaring. Integendeel, we worden net in de richting van een gedeelde wereld geduwd.

Schoonheid kan culturele en temporele grenzen overstijgen

Esthetische ervaring is, zo leert Kant het ons, niet afhankelijk van begrippen, regels of culturele kennis. Ze wortelt in iets fundamentelers: de manier waarop wij als mensen waarnemen en betekenis ervaren.

Of ik nu Arabisch versta of niet, het maakt niet uit. Ik kan de combinatie van Hamdans muziek en tekst appreciëren zonder dat ik er een knijt van versta. Misschien kan ik me zelfs beter overgeven aan haar werk omdat ik de lyrics niet versta. Ik word niet gehinderd door wat ze zingt, ik vind het mooi dat ze zingt. Ik werd niet beziggehouden door de inhoud van de lyrics. Ik hoorde een stem, frasering, spanning, ritme. Ik werd geraakt door de vorm van wat zich op het podium en de zaal afspeelde.

Dat wil niet zeggen dat culturele tradities er niet toe doen. Maar het betekent wel dat de ervaring van schoonheid soms een brug kan slaan waar taal, gewoonten of overtuigingen tekortschieten. Als we ons met zijn allen vergapen aan de pracht van het Alhambra, of stil worden van een stem in een taal die we niet spreken, dan vallen de scheidingslijnen tussen wie we zijn even weg.

Wat bedoelt Kant met de ‘doelmatigheid’ van schoonheid?

En hier begint het lichtjes ingewikkeld te worden, maar begint Kants genialiteit en fijnzinnigheid duidelijk te worden.

Kant zegt: schoonheid ervaren we op het moment dat we een vorm als doelmatig kunnen beschouwen. Dat klinkt alsof hij onder invloed van iets heel sterks stond, maar het idee is eigenlijk behoorlijk intuïtief.

Wat hij bedoelt is ongeveer dit: wanneer we iets mooi vinden, lijkt het alsof het klopt. Alsof de vorm (en die vorm kan een schilderij zijn of een concert, of een landschap) een soort innerlijke samenhang heeft. Het klikt, het past, het resoneert. Er is ritme, samenhang, proportie, harmonie of net disharmonie. Er is rust of onrust, maar het lijkt allemaal juist te zijn.

Dat noemt Kant zelf doelmatigheid zonder doel. In het Duits klinkt het nog mysterieuzer vind ik: Zweckmäßigkeit ohne Zweck. Kom me dus niet zeggen dat Duits een lelijke taal is!

Schoonheid “klopt” als ons verstand en onze verbeeldingskracht samen aan het werk zijn

Volgens Kant komt ons gevoel voor schoonheid voort uit een bijzonder samenspel tussen twee vermogens:

  • het verstand, dat gericht is op orde, samenhang, regelmaat
  • de verbeeldingskracht, die speelt met vormen, beelden, compositie, verbanden

In een esthetische ervaring werken die twee samen in een soort vrij spel. Je verstand is er wel degelijk bij — schoonheid is niet puur zintuiglijke prikkeling — maar het legt niet meteen een strak concept op. Je hoeft niet eerst te weten wat iets is om het mooi te vinden. Maar je verstand heeft je wel geleerd te zoeken naar die orde, die samenhang en die regelmaat. Je bent voorbereid om bepaalde zaken mooi te vinden en andere dan weer afstotelijk.

Daarmee dus waarom je geraakt kunt worden door muziek in een taal die je niet begrijpt, of door architectuur uit een traditie die je niet kent. Je verbeeldingskracht en verstand vinden samen een ritme, een resonantie, een vormelijke samenhang — nog vóór je alles kunt benoemen.

Kunst kijken met Kant

Ik heb gisteren niet aan Kant gedacht. Het is pas deze morgen dat ik het verband legde tussen het college en het concert. En Kant is zeker niet de enige die iets te zeggen had over onze ervaring van het schone en het sublieme. Schopenhauer is er ook nog. En Nietzsche, die had over heel veel dingen vanalles te zeggen.

In elk geval, als je tijd en goesting hebt: luister eens naar Yasmine Hamdan. Ik vind dat schoon.

Plaats een reactie