Gisterenavond hebben wij – mijn lief, zijn kinderen en ik – meegedaan met zo’n Halloweentocht in de buurt. Je kent dat wel, zo’n griezelwandeling georganiseerd door de plaatselijke scouts of een andere vereniging om wat geld in het laatje te brengen. De leden van die vereniging moeten zich dan verkleden en verstoppen achter hagen en struiken om de wandelaars – die zich al van ver luidkeels aankondigen – op te schrikken. Die mensen hebben daar tenslotte goed geld voor betaald, om de schrik van hun leven te kunnen beleven.
Het donkere seizoen is nu officieel begonnen en het is die duisternis wellicht die ervoor zorgt dat we de monsters die uiteindelijk niets meer zijn dan de geëxternaliseerde voorstelling van onze diepste angsten vrij spel geven. Tovenaars en heksen, vampieren, weerwolven, zombies en levende doden. Skeletten met een bloederige grijns die het graf komen uitgekropen, klopgeesten en trollen. Banshees, witte wijven die als nevel over de velden zweven maar de toevallige wandelaar laten verdwalen in gebieden die zij op haar duimpje kent. Dwaallichten die ons dieper het moeras inlokken zodat we uiteindelijk in dat zompige drasland vast komen te zitten en opgeslokt worden door de aarde.
Hier, in de stad die geplaagd wordt door straatverlichting is het moeilijk voor te stellen welk effect de totale duisternis op een mens kan hebben. Wie al eens ver van huis was en dus sowieso onheemd heeft het misschien wel al eens meegemaakt hoe het duister viel en dik was als erwtensoep. Alles ruikt anders, smaakt anders en de klanken die de mensen uitstoten zijn je moedertaal niet en dus niet meer te ontcijferen en te begrijpen. De zee die overdag zo mooi en azuurblauw is verandert in een zwarte, massieve massa die bevolkt wordt door zeemonsters met klauwen, tanden en giftige staartvinnen. Sirenes die je meelokken door hun onweerstaanbare gezang.
Deze morgen kwam de kat op mijn borst liggen, zoals een succubus. Zo’n wezen dat de vorm aanneemt van een verleidelijke vrouw en de adem van de slapende mensen uit hun longen zuigt tot ze stikken.
