De moordenaar uit de abrikozenstad, dat is Ali Agca die in 1981 Paus Johannes Paulus II probeerde neer te schieten. De Paus overleefde de aanslag ternauwernood en Agca verdween in de gevangenis, maar in Malaty, de geboortestad van Agca bleef men abrikozen telen. En geniet Agca een vreemd soort bewondering van zijn stadsgenoten.
Witold Szablowski is een Poolse journalist die Turkije doorkruiste en zijn literair-journalistieke stukjes bundelde in een bijzonder vlot leesbaar boek. Zo leer je dat de inspirator van Atatürk een tot de Islam bekeerde Pool was die het tot generaal schopte in het Osmaanse leger. De kleinzoon van die generaal is dan weer de dichter Nazim Hikmet die via allerlei omzwervingen later opnieuw de Poolse nationaliteit zou verwerven en uiteindelijk zal begraven worden in Moskou. Hoe dat gebeurde moeten jullie zelf maar lezen 😉
‘De moordenaar uit de abrikozenstad’ neemt je in elk geval mee op een roadtrip door heel Turkije en brengt je in contact met mensen uit alle lagen uit de bevolking: de actievoerders uit het Gezi-park die moderne, wereldse stadsmensen zijn. De succesvolle ondernemer die beweert dat de schoen die in Irak ooit naar het hoofd van Bush werd gegooid uit zijn fabriek kwam en die nu exporteert naar Amerika onder de naam ‘Bajbajboesh’. Maar Szablowski probeert ook een aantal paradoxen bloot te leggen: terwijl we hier het beeld koesteren van een feministisch Koerdistan waar vrouwen de dienst uitmaken, trekt hij naar dit gebied waar net de meeste eremoorden gebeuren. De daders zijn meestal arm en ongeletterd en hebben weinig perspectief op beterschap. Eer is alles wat ze hebben en, zo legt hij het uit, iemand die rijk en succesvol is zal wellicht veel minder geneigd zijn tot een eremoord en opteren voor een andere oplossing.
Het boek laat vooral zien dat Turkije een fascinerend land is dat geprangd zit tussen Oost en West, tussen traditie en moderniteit, tussen democratie en dictatuur. Turkije is in elk geval meer, veel meer, dan pitta, kebab en Turkse pizza.
