Vrijdag 3 april

Vandaag begint de Paasvakantie en in andere tijden zou dat aanleiding zijn tot nieuwsreportages over overvolle vertrekhallen in Zaventem en glunderende hoteluitbaters aan de kust die triomfantelijk kunnen vertellen dat alles volgeboekt is, van Knokke tot De Panne. De Minister van Onderwijs zou streng gereageerd hebben tegen al dat luxespijbelen, een echte schande zou hij het noemen. Onze kinderen zouden opgelucht hebben ademgehaald en vol plannen zitten om 2 weken verlof te overbruggen. Trotse ouders zouden opscheppen over de punten van hun kroost, anderen zouden zeggen dat het er niet toe doet en dat er wel meer is in het leven dan punten.

Nu glijdt de ene dag naadloos over in de andere. Er zijn geen vrienden om te zien, het eerste tuinfeest uitgesteld, het geroezemoes in de straten is verstomd.

Hier is de discussie over ‘hoeveel mensenlevens in ruil voor de economie’ wat gaan liggen, blijkbaar wil niemand zijn vingers verder branden aan dit heikele thema zolang we elke dag nog meer dan 100 mensen moeten afgeven. In Nederland heeft zo’n online medium dat in haat grossiert het over ‘dikke mensen griep’. In een andere krant moeten mensen van boven de zeventig niet op al te veel clementie rekenen, die gaan binnenkort toch dood en dikke pech als het nu is in plaats van twee of meer jaar later. Ik vraag me af of het een breuklijn is tussen het kille Calvinisme en het dramatische Katholicisme. Een paar weken geleden hoorde ik een Nederlandse minister nog uitleggen waarom er bij hen minder bedden zijn op intensieve zorgen. Er werd met patiënten eerst een gesprek aangegaan om te bekijken of ze het echt wel nodig vonden om te blijven leven. Het is ook een manier natuurlijk, om je capaciteit laag te houden. Ondertussen is in Gent een eerste Nederlandse patiënt aangekomen. Het gesprekje heeft blijkbaar niet het gewenste effect gehad.

Ondertussen stelt Nederland zich op als de krententeller van de Europese Unie, zoals ze enkele jaren geleden ook al deden tegenover de Grieken.

Vandaag is één van de eerste dagen in die hele situatie dat ik het zelf zonder veel problemen wat rustiger kan aandoen zonder daarvoor de prijs te moeten betalen nadien. Als ik had gewild, ik had zelfs kunnen lezen overdag – een luxe die ik me zelden permitteer, maar ik pruts liever wat aan de foto’s die de afgelopen maanden verkommerden in het geheugen van mijn fototoestel.

’s Avonds komt mijn lief toe. We zijn immers volwassen mensen en geen pubers meer, en bovendien hebben we al jaren een vaste relatie. En dan mag het van de mensen van het Crisiscentrum. Ik zeg het maar voor het geval iemand de politie wil bellen om ons te verklikken.

In het weekend gaat de zon schijnen en mijn lief wil gaan fietsen. Alleen en ook met mij. Ik doorprik zijn wielerdromen en zeg streng dat hij ook wat in de hof zal moeten werken. Uiteindelijk maken we plannen voor een Skypero met vrienden.

Miser

 

Plaats een reactie