De nacht verloopt chaotisch. Het waait hard en dat maakt de kat onrustig. Ze wil buiten, of nee, toch niet, of toch niet langs het raam. De deur moet open, nee, toch dicht enzovoort. ’s Ochtends vroeg maakt ze me opnieuw wakker, ze heeft honger. Het is alsof ik niet geslapen heb en de dag kondigt zich druk aan.
Uiteindelijk voegt ook deze dag zich bij de andere: ik stuur mails in het luchtledige, een student is in paniek omdat hij de instructies niet begrijpt. Bij een andere was het internet kapot, een derde heeft problemen met haar computer. De variaties op ‘de hond heeft mijn huiswerk opgegeten’ zijn ook in digitale tijden eindeloos. Ik hoor van progressieve ouders dat leerlingen niet enkel te motiveren zijn door middel van examens, terwijl de eerste vraag bij een oefening altijd ‘is dat voor punten’ is. Ja, hoe was je zelf? bromt mijn lief. Ik sta schaakmat.
Ik moet een collega achter de veren zitten, ik doe het met tegenzin. Zijn bedrijfje ligt op zijn gat en aan het begin van deze hele crisis kreeg zijn vrouw het bericht dat ze opnieuw een tumor had. Behandelende oncologen zijn op dit moment dun gezaaid, ze rijden op en af naar Leuven. Een operatie – die op dit moment voor haar meer dan noodzakelijk is – wordt voorlopig uitgesteld. Ze leven op hoop, en niet veel meer.
In de namiddag ga ik naar de slager en de supermarkt, het is de bedoeling dat we weer een paar dagen verder kunnen. Ik zeul een loodzware boodschappentas naar huis. Mijn buurman zit buiten van de zon te genieten, hij is blij dat hij morgen terug aan de slag mag na 9 dagen technische werkloosheid. De maaltijdcheques voor deze maand zijn er al door, weet hij mij te vertellen. Normaal gezien doen ze er langer mee, maar hij las in de krant dat alles ferm is opgeslagen. Ook hun vakantie hebben ze al uitgesteld, net als wij. Hij mist fietsen, maar hij heeft te weinig plaats om ze te zetten. Ik neem me voor mij eens te informeren bij de stad naar zo’n overdekt en afgesloten fietsrek, want die van ons staan ook altijd in de gang en dus in de weg.
De spaghettisaus staat te pruttelen, mijn lief heeft zijn laatste meeting achter de rug en we gaan nog wat naar buiten. Eerst troon ik hem nog mee naar de hof, wijs hem op de courgetten die een echte groeispurt hebben, de eerste tomaatjes en de prei die opschieten. Slakken hebben één van mijn aubergineplantjes bijna volledig opgevreten.
Een uurtje later zijn we thuis en hebben we toch vijf kilometer in de benen. Ach ja, het is beter dan niets. Ik zet water op en kook de pasta, mijn lief bereidt zijn sollicitatie van morgen door. De HR-afdeling heeft alle sollicitanten uitdrukkelijk gevraagd om zich daarvoor gepast te kleden en liefst niet ongeschoren en ongekamd voor de camera te verschijnen.
We hebben het raden naar de concrete aanleiding voor deze vraag, maar niet echt.
