Facebook duwt me een aantal herinneringen onder de neus. Kijk, vorig jaar maakte je een wandeling in het pajottenland, dronk je achteraf een pint op een terras. Ik herinner me het engelengeduld van de kelnerin die aan een gezelschap van twee oudere dames moest uitleggen dat er geen warme desserts te verkrijgen waren op dat uur. Ze besloten toen maar tot een potje rijstpap. Met twee lepeltjes aub. Ik had het met plezier over hun zorgvuldig gekapte hoofden uitgegoten.
Het banale van het normale.
Er moeten boodschappen gedaan worden en ik neem de auto naar de Colruyt. De parking staat vol, een lange rij wachtende mensen maakt me moedeloos en ik rijd zonder boodschappen het parkeerterrein af, terug naar huis. Mijn stemming is licht geïrriteerd, mijn lief houdt zich in stilte bezig in de zetel tot de donderwolken wegtrekken. Ik probeer het straks nog eens, mijn frank valt dat het zo druk is omdat het gisteren een feestdag was.
Samen hangen we de resterende deuren van de keukenkasten op. In het begin vergissen we onze enkele keren, we beginnen opnieuw. Ik heb natuurlijk nagelaten te markeren welke deur precies waar hing, omdat ik er veronderstelde dat het allemaal zoveel niet uitmaakte en elke deur dezelfde afmetingen had. Maar kijk, een uurtje of wat later hangt alles waar het moet. Mijn lief zegt dat het er fris uitziet en dat het goed gelukt is. Zelf ben ik ook tevreden, tot ik de filter in de dampkap wil vervangen. Het vet van jaren plakt aan mijn vingers en zelfs het vetvretende wondermiddel Cif Clean & Shine schiet te kort.
De toekomst wordt in het verleden gemaakt, zo schiet me te binnen. Een reactie op de zoveelste keer dat ik ergens de claim voorbij zie komen dat Stephen King of een andere schrijver deze pandemie zou voorspeld hebben in een boek. Alsof de toekomst ergens onbeweeglijk op ons zit te wachten, als een bronzen standbeeld op een plein in de stad waar wij dan met zijn allen voorbij wandelen. Deze tijd is het resultaat van een reeks toevalstreffers waarvan de eerste begon op een maandagmorgen zo’n 5 miljard jaar geleden. Het is verleidelijk daar de Goddelijke hand van één of andere maker te zien, een man met een plan.
In het verleden gebeurt al eeuwen niets meer, hoe kwaad je je er ook op maakt of hoe vrolijk je er ook van wordt. We kunnen het opgraven, bestuderen en denken dat we er iets uit leren. Soms doen we dat ook om het dan prompt terug te vergeten. Wij denken dat wij eeuwig zijn en overal. Dat wat wij kennen en weten en beleven altijd het nu zal zijn, door iedereen gedeeld.
’s Avonds kijken we verder naar Tsjernobil en ik maak me de bedenking dat 1986 slechts 5 jaar was voor ik aan de universiteit begon te studeren. Een fractie van een seconde als ik het nu bekijk, eeuwen uit elkaar vanuit het perspectief van mijn hele jonge leven toen.
