Zondag 11 oktober

Mijn dochter heeft de trein genomen naar haar kot in Brussel, mijn man zit bij hem thuis naar de koers te kijken en voor mij ligt nog een hele homp weekend die ik moet wegwerken. Soms moet ik gewoon wat dingen kunnen doen in plaats van te lezen, iets te bekijken of tokkelen op mijn PC. Ik verplant een cactus, leeg de afwasmachine en steek ze terug vol. Het eten is gemaakt, dat heb ik gisteren al gedaan zodat L. een voorraadje kon meenemen voor deze week. Ik zou nog kunnen stofzuigen, maar de poes ligt vredig te slapen.

Onderweg naar het station daarstraks hadden we over Corona. Alle gesprekken die ik voer of die ik hoor gaan over Corona. Mijn app staat gelukkig nog op ‘laag risico’, maar het is een kwestie van tijd voor dat omslaat naar een alarmerender status. Deze morgen vernam ik dat een verre vriend het heeft, opgelopen ergens in de winkel volgens hem. Hij voelt zich grieperig, slaapt heel veel. Om het met zijn woorden te zeggen: ‘af en toe word ik wakker’. Op school wordt de mondmaskerplicht verstrengd, we moeten er nu altijd eentje op hebben als we op de campus zijn. Ik overweeg om opnieuw naar online lessen over te schakelen, al wordt het voor mij iets rustiger op dat vlak nu. We proberen het virus onder controle te krijgen, maar het virus controleert ons. Het enige wat ik kan bedenken is nog meer uit de buurt van andere mensen blijven dan ik nu al doe.

Langs de andere kant, een paar weken terug bestelde ik in een vlaag van verstandsverbijsterend enthousiasme een tienrittenkaart voor het Filmfestival dat komende week begint. Ik kan maar hopen dat er niet zo heel veel mensen net als ik op dat onzalige idee zijn gekomen en dat de films die ik heb uitgekozen zodanig obscuur zijn dat ik bijna op mijn eentje in de zaal zit. Zo slinger ik voortdurend tussen voorzichtig doen en binnen blijven en buiten komen omdat ik de dramatische nieuwsberichten van cultuurhuizen en cafés teveel aan mijn hart laat komen. En ook wel omdat ik behoefte heb aan obscure films waarin de Grote Vragen van het Leven met moeilijke woorden en speciale camerastandpunten beantwoord worden.

Daarnet bekeek ik een documentaire over Leonard Cohen en zijn verblijf in een boeddhistisch klooster ergens in Californië. Ik weet niet wat ik ervan had verwacht, maar niet … dit. Leonard Cohen die in een zwart gewaad door een overvolle koelkast rommelt en vervolgens iets bakt in een pan dat er helemaal niet boeddhistisch uitziet. Hij eet er brood bij uit een plastic zak, het ziet er allemaal bijzonder onsmakelijk uit. Zijn hoofd is kaalgeschoren en af en toe zie je hem tijdens een meditatie, maar meestal doet hij gewone dingen of maakt hij muziek op een soort synthesizer. Een paar keer zegt hij dat hij ‘niet goed was met relaties’ en dat klinkt als een goedkoop excuus.

Je zet je helden op een voetstuk en het enige dat ze kunnen doen is er af tuimelen.

Plaats een reactie