Ik las ‘Verschuivingen’ omdat ik her en der lovende tot lyrische commentaren las. Op zich heb ik zelf niet zo heel veel met Hertmans, die minzame opa van de Vlaamse Letteren, maar essays die iets proberen te vertellen over dit waanzinnige tijdsbestek? Daar heb ik altijd wel zin in.
Verschuivingen is een bundeling van vrij korte essays waarin Hertmans een stand van zaken probeert op te maken van deze jonge, maar woelige 21ste eeuw. Het hoeft niet te verbazen dat Hertmans de zaken maar somber in ziet. Zeker het bij het lezen van het openingsessay zakt de moed je niet enkel in de schoenen, je bent bij wijze van spreken klaar om ergens een molensteen te zoeken, die met een touw aan je nek vast te binden en vervolgens in de koude vaart te springen. Gelukkig had ik net ervoor ‘Wat bomen ons vertellen’ van Valerie Trouet gelezen, zodat ik niet helemaal in foetushouding op bed ging liggen. Niet dat Trouets boek optimistisch is, maar het tempert een beetje beeld dat Hertmans schetst: dat van een mensheid die door hubris en hebzucht gedreven het paradijselijke Arcadië heeft verloren. De mens moet weer in harmonie met de natuur gaan leven, zo klinkt het uit de mond van deze veteraan van mei 68. Het is een thema dat geregeld opduikt in dit en andere hoofdstukken, met de obligate verwijzingen naar Heidegger erbij natuurlijk.
Trouet toont in haar boek aan dat het ook vroeger allemaal nogal meeviel met dat harmonieuze leven op het ritme van de seizoenen. Soms deden we als soort verrassend domme dingen, zoals op het Paaseiland alle bomen omkappen waardoor het onleefbaar werd, maar soms waren we ook gewoon de ongelukkige speelbal van een samenloop van klimatologische omstandigheden. Terug naar de natuur is vooral een fantasie van mensen die van nature romantisch zijn aangelegd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het met de biodiversiteit rampzalig gesteld is, dat de manier waarop we aan landbouw doen bijzonder destructief is en dat het tempo waarop we koolstofdioxide de atmosfeer in blazen onhoudbaar is.
We’re all hippies!
Op zich zijn de essays en de thema’s weinig verrassend en ze zijn ook helemaal op maat van de zich ietwat linksig oriënterende medemens gesneden. Er wordt flink van leer getrokken tegen ‘het neoliberalisme’, zonder dat Hertmans specifieert hoe hij dat ondertussen hol klinkende containerbegrip invult. Hij heeft het ook vaak over ‘de sociaaldemocratie’, terwijl hij het volgens mij heeft over onze liberale democratie of een systeem van een door de sociale zekerheid gecorrigeerd kapitalisme. De sociaaldemocraten zijn wat we gemeenzaam ‘de sossen’ zijn gaan noemen, natuurlijk.
Verder zul je te weten komen dat de sociale media verantwoordelijk zijn voor de nieuwe plagen van Egypte: vervreemding, eenzaamheid, een gepolariseerde samenleving, ontlezing en te veel mensen die foto’s van hun maaltijd op Instagram zetten. Wat dat laatste betreft heeft hij overschot van gelijk natuurlijk, maar verder blijft het beperkt tot het herkauwen van gemeenplaatsen die ofwel niet kloppen, ofwel gedateerd zijn dan wel veel meer nuance verdienen. Maar er zullen wel heel veel mensen instemmend zitten knikken. Op één van hun sociale media kanalen wellicht.
Er moet er ook van leer getrokken worden tegen identiteitspolitiek en wat we gemakshalve maar als woke-bewegingen zullen catalogeren. Je bent natuurlijk het toppunt van tolerantie als je als modale burger een gearriveerde homo of twee in je vriendenkring hebt zitten, zodat je je ongestoord kunt ergeren aan de lettersoep waar de niet-heteroseksuele medemens meent nood aan te hebben om zich een identiteit aan te meten. Al die lettertjes zouden mensen opsluiten in een hokje, zo heet het dan. En de ‘gewone’ mensen, die verstaan dat allemaal niet. Vroeger was het duidelijk: toen waren er homo’s en lesbies en dat was eigenlijk al erg genoeg. Nu heb je ook nog mensen die pakweg ‘Intersekse’ zijn en dus kenmerken hebben van twee biologische geslachten. Zij lijken het toch moeilijk hebben met het feit dat dat vroeger werd opgelost door bij een baby het halfgevormde piemeltje af te snijden en te zeggen tegen de ouders dat ze ‘het’ maar verder moesten opvoeden als meisje. Waar gaan we naartoe zeg, als die mensen ook rechten beginnen opeisen en vragen dat er onderzoek wordt gedaan naar deze conditie of dat ze meer begrip willen voor wie ze zijn? (Enfin, niet dat Hertmans dat letterlijk zo zegt, maar het is wel opnieuw het afgezaagde riedeltje over te veel lettertjes en hokjes en de verdeeldheid die dat met zich zou meebrengen).
Het zijn ook vaak de jonge emancipatiebewegingen die er in dat discours van langs krijgen. Niet enkel Hertmans laat zich daar aan vangen, het is de algemene teneur van dat soort stukken. Er wordt dan ingezoomd op een aantal aberraties waar men zich vrolijk over kan maken. Over de openlijke censuuroorlog die in de VS woedt, waar bibliotheken boeken uit de rekken moeten halen of de scholen en universiteiten waar ‘critical race theory’ bijvoorbeeld niet meer onderwezen mag worden, dat lijkt grotendeels aan de aandacht te ontsnappen.
MeToo en toxische mannelijkheid
Hertmans ontdekt ook het fenomeen van de machoman, tegenwoordig toxische mannelijkheid geheten. Het rare is dat hij dit als hedendaags verschijnsel lijkt te duiden (of zo lees ik het toch). Ergens in één van de beginessays klaagt Hertmans over de teloorgang van de wellevendheid in omgangsvormen. Het klopt inderdaad dat zijn generatie opgroeide met een behoorlijk sterke hiërarchie die zich uitdrukte in strikte beleefdheidsnormen en etiquette. Maar daarbuiten waren conversaties ruwer, rauwer en ongemanierder dan ze nu wellicht zijn. Onze samenleving was toen veel gewelddadiger dan ze nu was, al lijken we dat anders te ervaren. Nochtans was het tot diep in de jaren 80 behoorlijk normaal om kinderen te slaan, vrouwen in de media te kleineren en regelmatig op de vuist te gaan tijdens voetbalwedstrijden of de jaarlijkse kermis in het dorp. Hertmans wijt wat hij toxische mannelijkheid noemt aan de toegenomen emancipatie van de vrouw en dus een verlies aan status van de man. Hij lijkt niet door te hebben dat mannelijk geweld op vrouwen eeuwenoud is en dat de generaties na hem dat gewoonweg benoemen, aankaarten en veel minder pikken dan hun voormoeders.
Ook seksuele intimidatie en geweld op vrouwen lijkt voor Hertmans iets te zijn dat zich slechts de laatste jaren manifesteert. Hij keurt het af, uiteraard, maar ik ervaar toch hier en daar wat toondoofheid op dit thema.
It’s the politics, stupid
Moet dan werkelijk die hele bundel afgebrand worden? Nee, natuurlijk niet. De laatste reeks essays gaan over het politieke bestel, en daar slaat hij volgens mij wel een aantal nagels met koppen. Hij haalt daarvoor de mosterd voornamelijk bij Chantal Mouffe, die voornamelijk werkt rond populisme (een term die Hertmans ook kwistig gebruikt en die in zijn woordenboek voornamelijk synoniem lijkt voor extreem rechts). Als een soort synthese ziet Hertmans dus heil in sterkere politieke partijen en verwijt hij hedendaagse bewegingen dat ze zich tot 1 onderwerp beperken. Black Lives Matter, het klimaat, etc … zonder dat ze hun eisen bundelen in de politieke arena om daar werkelijk te wegen op het beleid.
To read or not to read?
Raad ik die essaybundel aan? Als je als linksige mens graag je denkbeelden bevestigd ziet, vooral doen zou ik zeggen. Als je het boek achteloos op je salontafel laat slingeren is het goed voor je reputatie van intellectueel, zoveel is zeker.
Ik heb er vooral uit onthouden dat ik het werk van Mouffe eens tot mij moet nemen, dus daar ben ik blij om.
