Wat is je favoriete karaktereigenschap?

‘Wat is je favoriete karaktereigenschap?’ is de vraag waarmee de vragenlijst van Proust begint. Het bedrieglijke aan die naam is dat Proust de vragen niet zelf heeft gesteld of bedacht. Hij beantwoordde ze enkel in een vriendenboekje dat in de tweede helft van de negentiende eeuw hip was. Hij beantwoordde ze zelfs twee maal, met een interval van een paar jaren.

De vragenlijst wordt nog altijd gebruikt en volgens het internet zou dit tot zelfinzicht leiden. Elke week mag een semi-bekende medemens een aantal vragen uit de lijst beantwoorden in De Morgen. Hetzelfde procedé wordt of werd ook gebruikt in Vanity Fair of HP De Tijd. Om de één of andere reden heb ik besloten om er mij ook aan te wagen, met het vaste voornemen de lijst netjes af te werken volgens een vast tempo. Dat brengt me onmiddellijk bij een karaktereigenschap die nooit iemands favoriet is: een gebrek aan doorzettingsvermogen. Van moestuinieren over kamerplanten kweken tot yoga en make-up aanbrengen op een treffelijke manier, ik ben er allemaal ooit met zeer veel enthousiasme aan begonnen. Ik stort me op lectuur, ga te rade in facebookgroepen, internetfora, blogs en andere bronnen om na luttele tijd mijn interesse te verliezen en de nieuwbakken hobby stilletjes op te geven.

Of ik dus ooit bij vraag drieëndertig geraak (wat is je favoriete motto?) is bijzonder twijfelachtig. Maar kijk, op dit plekje ben ik de baas en doe ik wat ik wil.

Ik beschik natuurlijk over een keur aan karaktertrekken die kunnen strijden voor de favorietentitel. Zo ben ik bijzonder bescheiden, sociaal en beminnelijk in elke situatie. Maar zelf hou ik het meest van mijn nieuwsgierigheid en de mentale flexibiliteit die daarmee gepaard gaat. Een onderzoekende geest in een lichaam dat meestal nog mee wil zorgt voor veel vreugde, althans op mijn adres. Als ik mij een ideaal leven zou moeten voorstellen, dan zou het een leven lang studeren en onderzoeken zijn.

Onlangs las ik ‘De Antichrist’ van Nietzsche. Ik verstond er geen hol van, of toch te weinig om er iets zinnig van te maken. Vervolgens las ik een boekje over de werken van Nietzsche dat al één en ander al wat verduidelijkte, maar nog niet genoeg naar mijn zin. Uiteindelijk heb ik besloten om in september te starten met de verkorte bachelor wijsbegeerte aan de Ugent. Voorlopig ben ik daar bijzonder enthousiast over, zoals gewoonlijk. Die begeestering leidt ook altijd tot wat zelfoverschatting. Zo ben ik er op dit moment waarlijk van overtuigd dat ik ongeveer de beste filosofiestudent zal zijn die ooit de aula’s van de Blandijn heeft betreden. Gelukkig duurt die manische euforie nooit erg lang en heeft er bij mijn weten nog nooit iemand last van gehad, behalve mijn zelfbeeld dan. Gelukkig kan dat wel tegen een stootje.

Zelfinzicht komt nooit alleen, maar is altijd het samenspel tussen wat je zelf ziet en de blik van de ander. Tel daarbij nog het verstrijken van de jaren en de ervaring die je ondertussen opdoet en je beseft dat zelfinzicht een momentopname is van wat je denkt te weten over jezelf.

Plaats een reactie