Ice, Ice, Baby

Ondertussen zit ik Hobbes, Rousseau, Kant en Humboldt te studeren, want donderdag heb ik alweer examen. Geschiedenis van de Moderne Filosofie deze keer. Het lukt me beter dan de taaie Middeleeuwen. Dat komt omdat de stof overzichtelijker is, de lessen waren gestructureerd en het doel van de cursus helder.

Ondertussen is de wereld chaotisch en onoverzichtelijk, het doel van het leven bijzonder onduidelijk. In tegenstelling tot de filosofen van vroeger zijn wij niet gewoon aan de turbulentie van deze tijden. ‘May you live in interesting times‘ schijnt een oude Chinese vervloeking te zijn. Bijzonder is het wel, de doodsstrijd mee te kunnen maken van de wereld zoals we die kennen. Vorige week citeerde onze premier nog Gramsci: ‘de oude wereld is stervende en nieuwe is nog niet helemaal geboren. Het zijn monsterlijke tijden‘. Of toch iets in die zin. De monsters schieten brutaalweg burgers dood in de straten van Minneapolis en Teheran. Gangsters zijn het, sadistische psychopaten met een chronisch gebrek aan menselijkheid en mededogen, maar met een geweer. Ze weten zich straffeloos want de Belialszonen in het Witte Huis scheuren gierend van het lachen de wetboeken aan stukken. Hun taal is die van het geld, veel geld. Zoveel geld dat ze alles kunnen kopen: de televisie, de radio, de krant. De maan en de zon en de sterren. De scholen, de klassen en de universiteiten. De apps en de websites. De senatoren en hun kiezers. Groenland of IJsland, het is maar hoe de wind waait.

Wij? Wij denken nog dat het was zoals het was. Niet dat het leven zomaar eerlijk was, maar er bestonden kansen, mogelijkheden, perspectieven op beterschap. Wij gingen slapen in de wetenschap dat de wereld morgen nog altijd zou zijn zoals we haar hadden achtergelaten: niet bijzonder fraai, maar er was hoop en ruimte voor verbetering. Nu wordt er midden in de nacht wild op knoppen gedrukt die het hele systeem heropstarten. Je staat op en een nieuwe hellecirkel heeft zich onherroepelijk geopend. Je kijkt niet langer in de afgrond, die heeft je immers al lang opgeslokt. Ooit – nog niet zo lang geleden – was er regelmaat. Aan wat voorbij was konden wij inschatten wat er komen zou. Er was waarheid en er was leugen, er waren grijze zones en mensen die het ook allemaal niet meer wisten, maar wat werkelijkheid was en fictie, dat waren twee verschillende zaken. Vandaag regeert schaamteloos de verdichting en de alternatieve feiten. Wat waar en echt is wordt in de hoek gezet. Gisteren zag ik iemand zeggen ‘de waarheid heeft nauwelijks nog een corrigerende functie’. Zij weten dat wij weten dat wat uit hun mond komt verzinsels zijn en toch doen ze alsof wij hen geloven. Vrede is oorlog.

Heden is er nog getuttuttut over of we de huidige stand van zaken al mogen samenvatten onder de noemer ‘fascisme’, want woorden zijn belangrijk. Zo was het ook nodig om lang genoeg te wachten tot er in Gaza voldoende doden waren gevallen voor we het wel helemaal en echt een ‘genocide’ mochten noemen en niet enkel een ‘conflict’. Nu het ook daadwerkelijk een genocide is gebeurt er nog altijd niets om het te stoppen. We kunnen blijven twisten over het geslacht der engelen; intussen misbruikt een regime zijn geweldsmonopolie om de eigen bevolking te terroriseren en desnoods, in het volle daglicht en voor tientallen getuigen, te executeren. Dan is urgentie belangrijker dan terminologische fijnslijperij.

Vorige week of zo luisterden mijn man en ik – samen met honderden anderen – naar Thimoty Snyder. Bijna twee uur lang werden we gewiegd door de woorden van wijze man, erudiet en welbespraakt. Hij zei veel en veel verstandige dingen, maar als er één boodschap is die ik voor deze tijden onthoud dan is het die van de kleine verhalen. Het heeft weinig zin om tegen Grote Leugens af te komen met Grote Waarheden. Vertel elkaar in plaats daarvan de kleine waarheden die verbinden. Laat ons weten wie Renée Good was voor ze drie kogels in haar gezicht geschoten kreeg door de schoft die daarmee haar leven beëindigde. Wat ze betekende voor haar partner en haar kinderen, voor haar gemeenschap en haar collega’s. Vertel ons wie Alex Pretti was, de verpleger die vroeg ‘are you okay?’ voor hij vermoord werd op een voetpad op een ijzige dag door een bende schurken zonder eergevoel of spijt.

One thought on “Ice, Ice, Baby

  1. Pingback: Wat is een droom, wat is waar? (vangst #258) – Aanlegplaats

Plaats een reactie