Ook ik spurt vandaag nog snel naar de winkel. Schuurpapier in de Brico, de dagelijkse boodschappen in de Albert Hein en nog wat zalfjes voor mijn droge huid in de Medimarket. Gelukkig ben ik er redelijk vroeg bij, er is nog geen sprake van een overrompeling, enkel in de Albert Hein heerst de gewone zaterdagdrukte. Later op de dag gebeurt wat er in de sterren geschreven stond: overvolle winkelstraten, lange wachtrijen voor de Ikea, kappers en schoonheidsspecialisten die dit weekend nog een extra tandje bijsteken om ongeduldige klanten te bedienen. Kwestie van er toch goed uit te zien tegen dat men op intensieve zorg belandt, denkt het duveltje in mij.
Onze medemens is gevaarlijk geworden. Een wandelende clusterbom van viruspartikels die met ongekende gretigheid de aanval op ons immuunsysteem inzetten. Een onbekende vijand waar we weinig verweer tegen hebben, laat staan een medicijn of een vaccin. En dus moeten we de ander nog meer in de gaten houden dan anders, zijn doen en laten beoordelen, een inschatting maken van het risico dat we niet kunnen zien. En dus worden we strenger, harder, meedogenlozer voor wie zich niet gedraagt zoals wij.
Terwijl mensen zich laten coifferen of zich die noodzakelijke winterjas of broek aanschaffen gaat mijn man mountainbiken. Ondertussen neem ik een bad, leg mezelf te weken in het warme sop en smeer mijn gezicht in met een masker dat onmiddellijke hydratie belooft. Op mijn telefoon lees ik wat nieuws, volg even gebruikelijke verhitte en totaal nutteloze discussies op Twitter en bedenk dat ik geen scheermesje in de buurt heb. Niet dat ik er een einde aan wil maken, maar net als de kat krijg ik stilaan een winterpelsje dat hier en daar uitgedund moet worden. Het zal voor een volgende keer want ik kan het niet opbrengen mijn warme bad te verlaten. Of toch niet daarvoor.
’s Avonds, terwijl mijn man onder de douche staat om de modder uit zijn haren te spoelen, zet ik de documentaire ‘Martin Margiela in his own words’ op. Ik ben zelf redelijk immuun voor mode, het lukt me gewoonweg niet om honderden euro’s uit te geven aan een zogenaamd designerstuk dat dan nog jaren meegaat maar tegen dan alweer hopeloos gedateerd is. Soms gaat het wel, om mode als een vorm van kunst te zien die vanuit een unieke positie commentaar levert op de mensen en de maatschappij. Het enigma dat Margiela is – door zichzelf niet te laten zien en consequent te weigeren om zijn collecties van commentaar te voorzien – zorgde tijdens zijn carrière voor een extra dimensie daarin. Modejournalisten moesten zelf nadenken over duiding en betekenis, over Margiela’s positie in de wereld van de haute couture.
Ik vind het prachtig, zijn vroege silhouetten van gesluierde en breedgeschouderde vrouwen zonder gezicht. Zijn kunstenaarschap laat zich voelen in de manier waarop hij in de academie aan de slag gaat met keukenhanddoeken om een jasje te maken, of hoe hij later truien maakt van oude legersokken. De sobere en elegante collectie die hij maakt voor Hermès wordt verkeerd begrepen en journalisten zetten de prachtige mantels weg als saai. Het lijkt hem nog altijd pijn te doen.
