Tove Ditlevsen – zo staat het op één van de eerste pagina’s van elk deel van De Kopenhagen Trilogie – is één van de belangrijkste stemmen uit de Deense literatuur. Ik geloof het graag, al was het maar omdat ik niet echt een grote kenner ben van wat de Denen zoal op dat vlak voortbrengen. Lego ken ik, en dat zal het zo wat zijn. Maar vorig jaar of zo zag ik in ongeveer elke literaire krantenbijlage die dit land rijk is de lof zingen van Ditlevsen en een week of wat geleden tikte ik dankzij een boekenbon die ik voor mijn verjaardag kreeg de drie werkjes op de kop. Kindertijd, Jeugd en Afhankelijkheid.
Het zal jullie niet verbazen dat Kindertijd over haar kindertijd gaat. Tove komt ter wereld in 1917 en groeit dus een dikke honderd jaar geleden op. Europa herstelt van de Eerste Wereldoorlog, mensen zijn arm en zo ook de ouders van Tove. Haar vader is een socialist maar zegt ook dat meisjes geen dichteres kunnen worden. Haar moeder is jong en frivool en zegt dat Tove dom is en haar oudere broer slim is. Tove groeit op in een volksbuurt waar haar ouders een appartement betrekken dat hooguit twee vertrekken groot is. De levensomstandigheden omschrijven we nu als ‘bittere armoede’ en zijn verstoken van elk comfort. Als haar vader omwille van zijn vakbondsactiviteiten zijn werk verliest is er honger.
Tijdens het lezen van Kindertijd dacht ik beter de term ‘geworpenheid’ van Heidegger te begrijpen (maar wie kan zeggen dat hij Heidegger werkelijk begrijpt?). Geboren worden overkomt ons, we hebben er zelf weinig over in te brengen, plots zijn we daar. We worden als het ware in de wereld ‘geworpen’ en begin er dan maar aan. Als jong kind begrijpen we nog niets van de wereld om ons heen, we zeilen zonder kompas. Volwassenen zijn onvoorspelbaar, niet te begrijpen en lijken allerlei zaken van ons te verwachten. Je leert maar beter snel wat dat precies is, en dat is wat Tove probeert. Ze raakt er al snel bedreven in haar moeders stemmingen te lezen, anticiperen en er mee om te gaan.
‘Ik besloot om mijn dromen nooit meer aan iemand toe te vertrouwen en ik hield me tijdens mijn gehele kindertijd aan dit besluit.’
Ditlevsen schrijft compact, helder en een beetje afstandelijk. Je leest elk deel van de trilogie op een paar uurtjes uit en het is pas gaandeweg dat je merkt dat ze toch onder je huid kruipt.
Het mag eigenlijk bijna een wonder heten dat Ditlevsen ooit een gepubliceerde schrijfster werd. Het enige dat ze had was talent en koppigheid. Ze is niet geschoold en heeft geen connecties. In ‘Jeugd’ maakt ze via een vriend van haar broer kennis met een redacteur van een socialistisch dagblad die wel potentieel ziet in haar gedichten, maar haar aanraadt nog eens terug te komen binnen een jaar of twee (hij vindt de erotische ondertoon ervan niet passen bij het jonge meisje) en haar wereld stort in als ze voordat die tijd is verstreken zijn overlijdensbericht in de krant leest. Uiteindelijk slaagt ze er in om een gedicht gepubliceerd te krijgen in een onafhankelijk literair tijdschrift met een oplage van 500 exemplaren. Meer is er niet nodig om herkend te worden als een krachtige literaire stem.
In het laatste deel van het laatste deel – Afhankelijkheid – raakt ze na een abortus verslaafd aan pethidine (volgens Google: opiaatagonist met sterk analgetische en tevens lokaal anesthetische en zwakke atropine-achtige werking). Ze verlaat haar man voor de student geneeskunde die het haar toediende en haar verder de verslaving in leidt. Ergens op de flap staat dat het een duister en duizelingwekkend portret is van van een verslaving – en de weg daaruit, maar uiteindelijk blijft het monster van de afhankelijkheid haar verslinden.
Wat opvalt aan de trilogie is dat de verhalen op geen enkel moment gedateerd aanvoelen. Opgroeien pakweg 100 jaar geleden of nu, er lijkt weinig dat wezenlijk veranderd is: vriendschappen ontstaan zomaar en vervluchtigen enkele maanden of jaren later. Je moet nog altijd je plek in de wereld veroveren, teleurstellingen smaken nog altijd even bitter. Succes duurt maar zolang en je weet nooit of je het hebt verdiend. Je bedriegt en wordt bedrogen en het geluk blijft altijd net buiten handbereik.
